In de kabinetsformatie wordt momenteel onderhandeld over een nieuw klimaatdoel voor 2030. Hoever moet onze uitstoot van broeikasgassen dalen als we de opwarming willen beperken tot 1,5 graad, en Nederland daar naar verhouding aan wil bijdragen?

VVD en CDA willen dat de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen in 2030 55 procent lager ligt dan in 1990. Dit bleek uit een conceptregeerakkoord van de twee partijen, dat in een trein bleef liggen en bij de redactie van de Volkskrant belandde.

Maar is dat ook de klimaatambitie van de beoogde coalitiegenoten ChristenUnie en D66? Voor de verkiezingen wilde D66 een 60 procent lagere uitstoot.

Voor veel partijen is een belangrijke vraag welk uitstootdoel past bij de ambitie van 1,5 graad van het Parijsakkoord. Daar bestaat geen pasklaar antwoord op.

Gunstigste EU-cijfers: 50-70 procent lagere uitstoot

Dat komt doordat je meerdere aannames moet doen: hoeveel CO2 kan er wereldwijd nog maximaal worden uitgestoten om een goede kans te houden dat de opwarming onder 1,5 graad blijft? En hoe verdelen we dat resterende CO2-budget vervolgens over de landen?

Als we uitgaan van de 'gunstigste' aannames, zijn er wel cijfers beschikbaar voor de Europese Unie als geheel. Volgens het 1,5 graadscenario van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zou de Europese uitstoot van broeikasgassen tussen 1990 en 2030 met 50 tot 70 procent moeten dalen.

Een andere gezaghebbende bron is het Duitse instituut Climate Analytics, dat onder andere de data levert voor de website Climate Action Tracker. Volgens de modellen van het instituut zou de EU de uitstoot met 65 procent moeten verlagen om in lijn te komen met 1,5 graad.

'Nederlandse bijdrage hangt af van politieke opvattingen'

Hoeveel Nederland vervolgens zou moeten bijdragen aan zo'n overkoepelend Europees klimaatdoel, "hangt onder andere af van politieke opvattingen over wat eerlijk en haalbaar zou zijn binnen de EU", zegt het PBL tegen NU.nl.

Ook de modellen van Climate Analytics bieden geen pasklaar antwoord over hoe je een Europese 1,5 graadinspanning zou moeten verdelen over individuele EU-lidstaten.

Op basis van kapitaalkracht en innovatievermogen schat het instituut Nederland in als een lidstaat die boven het EU-gemiddelde zou moeten uitsteken, ongeveer tussen 68 en 70 procent reductie. Dat zijn respectievelijk de klimaatdoelen van het Verenigd Koninkrijk en Denemarken.

Historische verantwoordelijkheid niet meegewogen

Zowel het PBL als Climate Analytics hanteert voor deze cijfers een kostenoptimale benadering. Het uitgangspunt is dan om noodzakelijke emissiereducties zo goedkoop en effectief mogelijk te realiseren.

Een land als India heeft bijvoorbeeld een groot potentieel voor zonne-energie. Een land als Nederland is kapitaalkrachtig en kan dus veel geld investeren in duurzame energie. Zo ontstaat een mix waarin allerlei landen een bijdrage moeten leveren, maar rijke landen wel op kop gaan.

Die kostenoptimale verdeelsleutel geeft nog relatief veel ademruimte. Het alternatief is een benadering op basis van 'eerlijkheidsprincipes'. Als we de historische uitstoot meewegen, zouden rijke industrielanden eigenlijk überhaupt geen aanspraak meer kunnen maken op het resterende CO2-budget.

Nu extra ruimte dankzij 'negatieve uitstoot' straks

Dan is er nog een belangrijke aanname die ons extra ruimte geeft om uit te stoten. Die is dat we na het jaar 2050 wereldwijd een netto 'negatieve uitstoot' zouden hebben, waarbij de mensheid jaarlijks meer CO2 uit de atmosfeer weghaalt dan toevoegt.

Daar bestaan wel ideeën voor, maar die vragen grote technologische ontwikkelingen, veel geld en mogelijk ook een zeer groot landoppervlak. De aanname van een negatieve uitstoot is dus bepaald geen zekerheid en daarmee ook een risico dat de opwarming in werkelijkheid hoger zal uitpakken.

"Als we niet willen uitgaan van netto negatieve emissies in de toekomst, zijn nu nog snellere emissiereducties nodig", vatten PBL-experts het probleem samen. "Hoeveel, dat kunnen we niet precies zeggen."

In Glasgow is aanscherping 2030-doelen afgesproken

Wat de situatie ook nog kan veranderen, is dat het conceptregeerakkoord van VVD en CDA uit september dateert, dus twee maanden vóór de klimaattop in Glasgow. In het slotakkoord van die klimaattop worden álle landen opgeroepen om komend jaar hun klimaatdoelen voor 2030 (verder) aan te scherpen, zodat deze in lijn komen met het Parijsakkoord.

Niet alleen in Nederland, maar ook in Brussel kan de vraag gesteld worden of die 55 procent voldoende is. Dat is uiteindelijk meer een politieke vraag dan een wetenschappelijke: hoeveel moeite willen we doen om de opwarming te beperken?

Als de wereldwijde uitstoot op het niveau van 2021 blijft, is het CO2-budget waar het PBL mee rekent over acht jaar op.

Als de wereldwijde uitstoot op het niveau van 2021 blijft, is het CO2-budget waar het PBL mee rekent over acht jaar op.
Als de wereldwijde uitstoot op het niveau van 2021 blijft, is het CO2-budget waar het PBL mee rekent over acht jaar op.
Foto: Bart-Jan Dekker, NU.nl