Na de klimaattop in Glasgow lijken er drie heel verschillende realiteiten te bestaan: hoopgevende doelen voor de lange termijn, zwakke doelen voor de korte termijn en een scherp stijgende CO2-uitstoot in de werkelijke wereld. Of optimisten of pessimisten gelijk krijgen, hangt af van de komende jaren: als de mondiale uitstoot niet begint te dalen, heeft de VN een geloofwaardigheidsprobleem.

De meest gehoorde kreet onder jongeren die in Glasgow de straat opgaan is "bla, bla, bla!". Ze geloven de mooie woorden van politici niet meer. Ze wijzen erop dat er al dertig jaar onderhandeld wordt over het klimaat, en de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen in die periode alleen maar verder is gestegen.

Binnenin het conferentiecentrum kom je meer (voorzichtige) optimisten tegen. Een gons van verbazing ging door de gangen en zalen toen de nieuwste politieke beloften, gedaan in de eerste dagen van de klimaattop, direct werden doorgerekend.

Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) en Climate Resource kwamen daarbij voor het eerst uit op een opwarming ónder de 2 graden (1,8 en 1,9) - mits alle beloften zouden worden waargemaakt.

Als beloften nog iets worden aangescherpt, komt de gehoopte 1,5 graden in zicht

Als beloften nog iets worden aangescherpt, komt de gehoopte 1,5 graden in zicht
Als beloften nog iets worden aangescherpt, komt de gehoopte 1,5 graden in zicht
Foto: ClimateResource

Een belofte voor 2050 is snel gedaan

Klein probleem: die nieuwe doorrekeningen wegen langetermijnbeloftes mee, voor 2050 (soms zelfs 2060 of 2070) - het jaar waarin landen volledig klimaatneutraal hopen te zijn. Maar zulke beloftes zijn voor politici vrij makkelijk te doen, en er zitten ook landen tussen die in praktijk (nog) vrijwel geen klimaatbeleid voeren.

Voor de klimaattop in Glasgow stond daarom iets anders op de agenda: concrete klimaatdoelen voor de kortere termijn: de periode tot 2030.

Die doelen zijn een stuk zwakker, alhoewel ook hier nog wat aanscherpingen plaatsvonden tijdens de klimaattop. Vóór Glasgow zouden de 2030-doelen de wereld op koers brengen voor circa 2,7 graden opwarming, dat is aangescherpt naar 2,4 graden.

Maar dan hebben we nog die derde realiteit: landen willen in praktijk ook hun kortetermijndoelen nog wel eens niet halen. En in de echte wereld stijgt de CO2-uitstoot dit jaar zelfs in recordtempo.

Geloofwaardigheid beloftes zit in korte termijn

Dat is het gevolg van de coronacrisis - het opveren na de tijdelijke dip - maar ook van hardnekkig gedrag van politici, die een groot deel van de herstelmiljarden toch vooral in oude sectoren hebben gepompt, en niet in het versneld uitvergroten van de nieuwe groene economie.

Uiteindelijk zullen we aan die uitstoot moeten aflezen wie er gelijk krijgen, de pessimisten of de optimisten. Niet alleen omdat het voor de Parijsdoelen noodzakelijk is dat de wereldwijde uitstoot in de periode tot 2030 scherp daalt - maar ook omdat we daaruit kunnen aflezen of politieke klimaatbeloftes worden nageleefd.

Als dat op de korte termijn niet lukt, is er ook geen enkele garantie dat de langetermijnbeloften wel iets meer betekenen dan een leuke rekenoefening.

Banken kunnen klimaatbeleid versnellen (óf remmen)

Er is nog een laatste realiteit, en die is meer economisch dan politiek. Duurzame energie wordt steeds goedkoper. Tegelijk wordt er nog steeds veel meer geld gestoken in fossiele energie, waardoor de energietransitie sterk geremd wordt.

Het lijkt inmiddels tot landen, maar ook banken en pensioenfondsen, door te dringen dat het terugtrekken van fossiele investeringen essentieel is, net als het versneld opvoeren van investeringen in duurzame energie.

Als die ontwikkeling na Glasgow grootschalig doorzet, kan dat eraan bijdragen dat de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen in de komende jaren alsnog scherp omlaag gaat - en de optimisten gelijk krijgen. Maar zo ver zijn we nog niet.