De klimaattop in Glasgow nadert de ontknoping. Van een mislukking is alvast geen sprake, maar daarmee is het nog niet automatisch ook een succes. Dat hangt deels nog af van de slotverklaring: bereiken landen akkoord over financiering, spelregels voor emissiehandel - en worden fossiele brandstoffen bij naam genoemd?

De bedoeling van de klimaattop is op koers te komen voor het Parijsakkoord. Of zoals het gastland het zegt: Paris promised, Glasgow delivers.

Dat is een grote uitspraak, die maar ten dele waargemaakt wordt. Oorspronkelijk zouden landen vóór de klimaattop in Glasgow hun uitstootdoelen voor 2030 aanscherpen. De wereldwijde uitstoot moet in de komende jaren scherp dalen om de opwarming nog onder de 1,5 graden te houden. Maar de vooraf ingediende uitstootdoelen zijn veel te zwak.

Dan is het verder kijken wat er wél nog mogelijk is op de klimaattop. Een paar landen hebben hun klimaatdoelen tijdens de klimaattop nog iets aangescherpt (vooral doelen voor de lange termijn). Daarnaast ontstonden er samenwerkingen tussen individuele landen om bijvoorbeeld ontbossing te stoppen, de uitstoot van methaan terug te dringen - en te stoppen met buitenlandse investeringen in fossiele brandstoffen.

Vijf mogelijke succesfactoren voor de slotverklaring

In het slot van de klimaattop wordt gekeken naar wat landen collectief besluiten. Daar ontstaat meer onenigheid al naar gelang landen een hoge of lage uitstoot hebben, rijk of arm zijn of bijvoorbeeld kolen, olie en gas exporteren. Zo is de slotverklaring altijd een groot compromis, en wordt over elke paragraaf gesteggeld - soms jarenlang.

Hieronder vind je vijf potentiële doorbraken die realistisch mogelijk zijn (omdat ze in Glasgow concreet besproken worden). Om van een echt succes te kunnen spreken dat de VN-klimaatonderhandelingen verder helpt, zou de slotverklaring in elk geval meerdere van die elementen moeten bevatten:

1. Een doorbraak op klimaatfinanciering. Rijke landen hebben in 2009 in Kopenhagen toegezegd vanaf 2020 jaarlijks tenminste 100 miljard dollar klimaathulp beschikbaar te stellen voor arme landen. Dit bedrag is niet compleet en bestaat bovendien voor een belangrijk deel uit leningen, in plaats van giften.

Het is op de klimaattoppen het langst slepende dossier, en om vertrouwen terug te winnen en betere samenwerking te krijgen is een oplossing nodig. De toegezegde belofte uit 2009 nakomen is een minimum. We weten alleen dat dit, ondanks concrete nieuwe toezeggingen van de Europese Unie en de VS, ook dit jaar niet meer gaat lukken.

Het beste resultaat in de slotverklaring zou nu zijn als landen concreet toezeggen dit financieringsgat per 2022 te dichten.

Maar de tijd staat niet stil: vanaf 2025 zou meer geld nodig zijn, en arme landen vragen meer erkenning voor de economische schade die zij lijden door bijvoorbeeld de toename van weersextremen. Ook die twee onderwerpen zouden om de samenwerking te verbeteren moeten terugkeren in de slotverklaring.

2. Uitstootdoelen moeten scherper én het proces sneller. Momenteel wordt elke vijf jaar van landen gevraagd om hun uitstootdoelen aan te scherpen (Glasgow was de eerste keer sinds Parijs).

Omdat die aanscherpingen in praktijk vervolgens uitblijven of te zwak zijn, wordt nu voorgesteld hier een continu proces van te maken, waarbij de focus voorlopig blijft liggen op sterkere reducties voor de periode tot 2030. Het minimum is dat landen die vóór Glasgow geen nieuw 2030-doel hebben ingediend, zoals Australië, dat voor de volgende klimaattop in 2022 alsnog doen.

3. Strengere spelregels voor emissiehandel. Ook dit is een voortslepend dossier: 'artikel 6' uit het 'rulebook' van Parijs. Dat is het laatste deel van de spelregels van het Parijsakkoord waar nog geen overeenstemming over is bereikt.

De Europese Unie probeert strakke regels af te spreken die ertoe moeten leiden dat er een prijskaartje komt te hangen aan vervuilen. Verzet kwam in het verleden van onder andere Brazilië, Rusland en Australië, die probeerden oude uitstootrechten in de markt te houden en de CO2-prijs zo laag mogelijk te houden.

De meeste insiders gaan ervan uit dat er in Glasgow eindelijk akkoord wordt bereikt. Maar of dat een succes te noemen is, hangt ervan af hoe strak het systeem is: dus zo min mogelijk uitstootrechten en een zo hoog mogelijke CO2-prijs. Alleen dan kan een effectief mechanisme ontstaan om wereldwijd uitstootdalingen te versnellen.

4. Fossiele brandstoffen benoemen als de bron van het probleem. Na een kleine dertig jaar klimaatonderhandelingen kan in Glasgow voor het eerst het woord 'fossiele brandstoffen' terugkeren in de slotverklaring. Dat stuitte jarenlang op verzet van steenkool-, olie- en gasexporterende landen. Ook in het Parijsakkoord worden fossiele brandstoffen daarom niet bij naam genoemd.

Dit onderwerp is sowieso de kentering van de klimaattop in Glasgow. Langs de zijlijn ontstond een invloedrijke groep landen die binnen een jaar zullen stoppen met buitenlandse investeringen in kolen, olie en gas - als voorwaarde om de opwarming nog te beperken tot 1,5 graden.

Ook ontstond een groep landen die geen nieuwe boorvergunningen meer zullen verlenen voor de winning van olie en gas, en gezamenlijk oproepen om een einddatum te plakken op de wereldwijde productie van deze fossiele energie.

5. Helderheid over de 1,5-graden-ambitie. Het officiële doel van de VN-klimaatonderhandelingen is gevaarlijke klimaatverandering voorkomen. Veel gevolgen van klimaatverandering treden sterk vertraagd op. Daarnaast neemt de schade onevenredig sterk toe naarmate de wereldgemiddelde temperatuur hoger uitvalt.

Er wordt daarom voor gepleit om de beoogde temperatuurgrens scherper te formuleren. In het Parijsakkoord is dat blijven hangen in wollige en lastig te interpreteren woorden. De officiële afspraak is de opwarming te beperken tot "ruim onder" 2 graden, en "inspanningen na te streven" om de opwarming te beperken tot 1,5 graden.

Er gaan nu stemmen op om van 1,5 graden het officiële doel te maken. Zoals bij alle onderwerpen zijn er ook landen die het hier niet mee eens zijn. Een tamelijk invloedrijke is in dit geval China.