Aan de vooravond van de klimaattop in Glasgow staat de wereld er niet goed voor: de CO2-uitstoot stijgt en we liggen op koers voor ongeveer 3 graden opwarming, terwijl 1,5 graden als een uiterste veilige grens wordt gezien. Hoeveel impact heeft dat verschil op het weer, de natuur, de zeespiegelstijging en andere gevolgen van klimaatverandering? NU.nl vroeg het verschillende experts.

"Waar te beginnen", verzucht Friederike Otto van het Imperial College London. "Het verschil is enorm. We kunnen het ons bijna niet voorstellen, zo groot."

"Denk om te beginnen aan de extreme hittegolf in Canada van afgelopen zomer, toen het daar 50 graden werd. In een wereld die 3 graden warmer is, zal dat onderdeel van een gewone zomer zijn. Dit betekent dat een extreme zomer in zo'n wereld ver buiten ons voorstellingsvermogen ligt."

Aantal weersextremen neemt onevenredig snel toe

Otto is een mondiale autoriteit op het gebied van weersextremen. Zij en klimaatonderzoeker Geert Jan van Oldenborgh staan in de Time Magazine-lijst van honderd invloedrijkste personen van 2021 vanwege hun gezamenlijke onderzoek naar onder andere de hitte in Noord-Amerika en overstromingen in Europa.

Het aantal weersextremen neemt sterk toe door klimaatverandering. Zo stijgt de temperatuur van hittegolven veel harder dan de gemiddelde temperatuur. En door een toename van verdamping is er ook meer extreme neerslag en droogte. Die weersveranderingen blijken al uit wereldwijde waarnemingen, terwijl de aarde nu gemiddeld 1,2 graden warmer is.

Bij verdere opwarming zullen weersextremen versneld toenemen, zegt Otto. "Het is heel belangrijk om te benadrukken dat deze gevolgen van klimaatverandering niet lineair zijn. Ze nemen onevenredig snel toe naarmate de opwarming verder stijgt."

In andere woorden: als de opwarming verdubbelt, geeft dat méér dan twee keer zo veel schade.

Tussen 1,5 en 3 graden verdwijnen koraalriffen volledig

Dat wordt ook beklemtoond door professor Mark Urban van de University of Connecticut, expert in het berekenen van biodiversiteitsverlies door klimaatverandering.

"Veel soorten leven net binnen de grenzen van hun overleving", zegt Urban. "Planten en dieren kunnen op een warme dag hun jas niet uittrekken of de airconditioning aanzetten tijdens een hittegolf. Ze hebben elke dag te maken met klimaatverandering en zelfs kleine veranderingen kunnen tot grote achteruitgang leiden."

Het verlies aan soorten versnelt naarmate de temperatuur verder stijgt, vervolgt Urban. "Bij sterke klimaatverandering kunnen kantelpunten overschreden worden, waarna hele ecosystemen kunnen verdwijnen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de ecosystemen op bergtoppen en in tropische koraalriffen."

Die ecosystemen zitten volgens Urban nu al "gevaarlijk dicht" op de grens. "Als de opwarming doorschiet naar 3 graden, verdwijnen ze volledig en sterven alle soorten uit die ervan afhankelijk zijn."

Een metershoog verschil in zeespiegelstijging

Vergeleken met extreem weer en biodiversiteitsverlies is zeespiegelstijging een trage starter, vertelt Michiel van den Broeke, hoogleraar polaire meteorologie en directeur van het Instituut voor Marien en Atmosferische Onderzoek Utrecht (IMAU) van de Universiteit Utrecht. Maar op de lange termijn kan die stijging juist voor Nederland een gamechanger worden.

"De ijskappen van Groenland en Antarctica zijn enorm", zegt Van den Broeke. "Als die slechts 10 procent van hun ijs verliezen, zal de zeespiegel wereldwijd al met meer dan 6 meter stijgen."

Hij draait het liever om: er valt nog veel te voorkomen. "De laatste wetenschappelijke inzichten suggereren dat een groot deel van de ijskappen zal blijven bestaan als de wereldwijde opwarming beperkt wordt tot 1,5 graden, maar zelfs dan zal de zeespiegelstijging nog oplopen naar enkele meters in het jaar 2300."

Dat gaat veel sneller en uiteindelijk ook veel verder als de temperatuur doorstijgt naar 3 graden. "Dan is het zeer waarschijnlijk dat grote delen van de ijskappen op Groenland en West-Antarctica op termijn smelten, met nog vele meters extra zeespiegelstijging tot gevolg."

"Voor een laaggelegen delta als Nederland zal dit rampzalig uitpakken", aldus Van den Broeke. "Het is dus essentieel dat we de opwarming zoveel mogelijk beperken."

Wat is ervoor nodig om de opwarming te stoppen?

Als we doorgaan op de huidige koers, wordt het ongeveer 3 graden warmer, maar we kunnen die koers nog bijsturen, zegt hoogleraar klimaatbeleid Heleen de Coninck van de Technische Universiteit Eindhoven.

De tijd dringt wel. "Om nog onder de 1,5 graden te kunnen blijven moet de wereldwijde CO2-uitstoot over negen jaar al met de helft zijn gedaald en in 2050 netto nul hebben bereikt", zegt De Coninck. "In de tweede helft van de eeuw is het daarbovenop nodig om netto nul CO2 uit de atmosfeer weg te halen."

Daarvoor zijn volgens De Coninck in alle sectoren grote veranderingen nodig. "Om vervoer als voorbeeld te nemen: het volstaat niet om de acht miljoen verbrandingsauto's in Nederland te vervangen door elektrische auto's. Het gaat ook om deelauto's, betere treinverbindingen en meer mogelijkheden voor lopen en fietsen. Pas in die samenhang kun je een volledig duurzaam mobiliteitssysteem krijgen. En dat geldt vervolgens voor elke sector."

De Coninck noemt het ook essentieel om mensen op te leiden in de duurzame economie en benoemt ook de grote rol voor de financiële sector. Deze kan de verduurzaming zowel versnellen als afremmen, afhankelijk van de hoeveelheid investeringen in vervuilende energiebronnen. Dat onderwerp staat ook tijdens de klimaattop in Glasgow op de agenda.

Zonder beleid wordt het nóg warmer

Ook voor de mondiale landbouw zijn er grote voordelen om de opwarming onder de 1,5 graden te houden, bleek in 2018 en 2019 uit speciale IPCC-rapporten. Ook economisch is dat vermoedelijk het optimale scenario als de vereiste investeringen voor klimaatbeleid worden afgewogen tegen de economische schade van klimaatverandering.

In een wereld zonder klimaatbeleid blijft de uitstoot van broeikasgassen stijgen. In dat geval zal de uiteindelijke opwarming waarschijnlijk nog hoger uitvallen dan 3 graden, stelt klimaatonderzoeker Bart Verheggen van Amsterdam University College. "Aangezien wij mensen de oorzaak zijn van de opwarming, bepalen onze gezamenlijke acties ook hoever we het laten komen. Het is onze keuze."

We zijn benieuwd naar je mening over dit artikel. Klik hier om je feedback achter te laten in een korte vragenlijst van een minuut.