OSLO - De destijds 17-jarige Andrine Johansen verwachtte de schietpartij op 22 juli op het Noorse eilandje Utoya niet te overleven. Ze was daar toen Anders Behring Breivik 69 mensen vermoordde tijdens een zomerkamp van de Noorse Arbeiderspartij.

Johansen overleefde en vertelde woensdag tijdens het proces tegen Breivik hoe de Noor na een aantal eerdere pogingen haar dood te schieten, opnieuw op haar vuurde.

''Ik wist zeker dat ik zou sterven'', zei ze. Maar toen wierp iemand anders zich tussenbeide en ving die de kogels voor haar op.

Hierna lag het meisje in het water, terwijl de lijken om haar heen dreven. Ze vroeg zich ondertussen af of ze wel goed had geleefd en naar de hemel mocht, zei Johansen woensdag.

Ze dacht ook na over haar eigen begrafenis en overwoog om met haar eigen bloed het woord 'wit' op haar kleding te schrijven om duidelijk te maken dat ze een witte doodskist wilde. Toen de reddingswerkers kwamen, dacht ze dat die haar zouden vermoorden.

Psychische problemen

Johansen heeft geen grote lichamelijke klachten overgehouden aan de aanslag. Wel kampt ze met psychische problemen. Zo krijgt ze geen hap rood eten meer door haar keel. Het doet haar te veel denken aan de schokkende dingen die ze op Utoya zag.

Breivik pleegde op 22 juli twee aanslagen waarbij in totaal 77 mensen omkwamen. Voor hij op Utoya een bloedbad aanrichtte, liet hij een autobom ontploffen in Oslo. Dat kostte acht mensen het leven.

Ontoerekeningsvatbaar

Op 16 april begon het proces tegen Breivik. De Noor is aangeklaagd voor terrorisme en moord en kan maximaal 21 jaar celstraf krijgen. Als de rechters denken dat hij ontoerekeningsvatbaar is, moet hij voor behandeling naar een psychiatrische kliniek. Twee onderzoeken hierover spreken elkaar tegen.

Het vonnis wordt naar verwachting in juli geveld.

Alle berichten over het proces tegen Breivik in ons nieuwsdossier