Kim Jong-nam, de vermoorde halfbroer van de Noord-Koreaanse leider Kim Jung-un, had op het moment dat hij werd vergiftigd met het zenuwgas VX, flesjes met het tegengif in zijn schoudertas zitten. Dat werd duidelijk tijdens de rechtszaak in Maleisië tegen de twee vrouwen die verdacht worden van de moord.

De flesjes bevatten atropine, een substantie die werkt tegen VX en verschillende soorten insecticides. 

De twee vrouwen, de 29-jarige Siti Aishah en de 25-jarige Vietnamese Doan Thi Huong, staan sinds begin oktober terecht voor de moord op Kim Jong-nam. 

Ze zouden hem op 13 februari hebben vermoord op de luchthaven van Kuala Lumpur, in samenwerking met vier Noord-Koreaanse verdachten. De vrouwen smeerden volgens de politie het uiterst giftige zenuwgas VX op zijn gezicht.

De vrouwen zeggen onschuldig te zijn. Zij houden vol te zijn betaald voor hun daad en dat ze in de veronderstelling verkeerden dat ze meewerkten aan een grap voor een reality-tv-show. De twee vrouwen kunnen de doodstraf krijgen als ze worden veroordeeld.

Gijzelaars

Het vermoeden bestaat dat het Noord-Koreaanse regime achter de moord zit. Kim Jong-nam leefde in ballingschap in China, omdat hij kritiek had op de manier waarop zijn familie Noord-Korea bestuurt. Volgens parlementariërs uit Zuid-Korea had Kim Jong-un een staand bevel uitstaan om zijn halfbroer te executeren.

De vier Noord-Koreaanse verdachten verscholen zich na de moordaanslag in de Noord-Koreaanse ambassade in Kuala Lumpur. Noord-Korea gijzelde negen Maleisiërs in Pyongyang en dwong de Maleisische regering op die manier om de Noord-Koreanen te laten gaan en het lichaam van Kim Jong-nam vrij te geven. Noord-Korea ontkent elke betrokkenheid bij zijn dood.

De rechtbankverhoren in de zaak tegen de twee vrouwen zullen eind januari hervat worden.