Ze bezocht de Amerikaanse president Barack Obama en zijn vrouw in het Witte Huis, ging op de thee bij de Britse koningin Elizabeth en sprak de Verenigde Naties toe. 

Twee jaar nadat Malala Yousafzai ternauwernood een moordaanslag had overleefd in Pakistan, is aan het inmiddels wereldberoemde meisje ook de belangrijkste vredesprijs in de wereld toegekend.

Kinderrechtenactiviste en scholiere Malala Yousafzai wordt op 12 juli 1997 geboren in het Noord-Pakistaanse dorpje Mingora. Als dochter van een leraar wordt haar strijdvaardigheid voor het onderwijsrecht van meisjes haar met de paplepel ingegoten.

Ze zet zich in voor vrouwenrechten en vrede en ontvangt daarvoor de eerste Nationale Jeugdvredesprijs van Pakistan.

Op 9 oktober 2012 zit Malala na schooltijd in de bus naar huis wanneer een Talibanstrijder haar van dichtbij in haar hoofd en hals schiet.

Malala wordt zwaargewond naar een Pakistaans ziekenhuis overgebracht, waar artsen de kogel verwijderen en haar bijna een week kunstmatig in coma houden. Daarna wordt ze overgevlogen naar Engeland voor verdere specialistische behandeling in Birmingham.

Malala blijft met haar ouders en twee jongere broertjes in de Britse stad wonen, waar ze beter is beschermd tegen de Taliban. Malala's strijdvaardigheid overleeft de aanslag: tijdens en na haar herstel blijft ze zich inzetten voor het recht op onderwijs, nu voor zowel meisjes als jongens.

Haar inspanningen worden 2013 beloond met de Internationale Kindervredesprijs en de Sacharovprijs. Ze wordt ook gezien als mogelijke winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, maar vist aanvankelijk achter het net.

Volgens Noorse media omdat de prijs haar tot een belangrijker terreurdoel zou maken. Een jaar later lijken de bezwaren te zijn weggenomen en wint Malala als jongste persoon in de geschiedenis een Nobelprijs.