DEN HAAG - De drie vrouwen die de Nobelprijs voor de Vrede krijgen, zijn volgens minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) boegbeelden.

Dat ze op deze manier worden bekroond voor hun strijd voor vrijheid, vrede en stabiliteit in de wereld, is ''een prachtig voorbeeld dat vrouwen geen slachtoffers zijn, maar huidige en toekomstige leiders'', stelde hij vrijdag.

Het is volgens Rosenthal ook ''een duidelijk signaal aan landen waar vrouwen en mannen hun vrijheid hebben bevochten en nu democratie en rechtsstaat proberen te vestigen''.

Hij wees erop dat vrouwen de helft van de bevolking vertegenwoordigen. ''Het is daarom in het belang van ieder land dat zij hun legitieme plaats krijgen in de maatschappij, de economie en in de politieke machtsstructuren'', aldus de bewindsman.

Moedig en krachtig

De oudste van de drie vrouwen, president Ellen Johnson Sirleaf (72) van Liberia, heeft volgens hem haar sporen verdiend. ''Moedig, krachtig.''

Ook de inspanningen van de andere twee, de Liberiaanse activiste Leymah Gbowee en Tawakkul Karman uit Jemen, geven volgens Rosenthal aan waartoe vrouwen in staat zijn om de bevolking in hun land in de richting van vrijheid, democratie en rechtsstaat te brengen.

''Kortom, een prachtig signaal van het Nobelcomité naar de vrouwen in de wereld en ook naar de mannen in de wereld'', zei Rosenthal.

Protestacties

De 32-jarige Karman vervult volgens Rosenthal een leidersrol in de protestacties tegen het bewind van president Ali Abdullah Saleh.

''We hopen dat er zo spoedig mogelijk een dialoog tot stand komt in Jemen om ook Jemen op te stoten in de richting van democratie, rechtsstaat en respect voor de mens en de rechten van vrouwen en andersdenkenen'', aldus de minister.

Lees alles over de Nobelprijzen op onze special

Lees de laatste berichten op Twitter over dit onderwerp op NUlive