AMSTERDAM - Het Noorse Katzenjammer werd al in 2005 opgericht, maar debuteerde pas dit jaar met het vrolijke album Le Pop. Op dat album combineren de vier jonge, weelderig uitgedoste dames allerhande folkstijlen en bespelen ze maar liefst 29 instrumenten.

Het enige wat Katzenjammer wil, zeggen bandleden Marianne Sveen en Turid Jørgensen, is plezier maken.

'Katzenjammer' is Duits voor een neerslachtig gevoel of een kater. Wie naar Le Pop luistert, merkt dat het viertal uit Oslo het tegenovergestelde gevoel opwekt. Katzenjammer maakt een weldoordachte en uitermate opgewekte mix van verschillende soorten folkmuziek, variërend van klezmer en zigeunermuziek, tot hoempa en bluegrass.

Het merendeel van de liedjes op debuutalbum Le Pop is gecomponeerd door Mats Rybø. Hij zorgt volgens zangeres Marianne Sveen voor een stukje mannelijkheid in de muziek.

“Als Mats liedjes schrijft, zijn die altijd heel obscuur, donker en eng. Die mannelijkheid werkt heel goed in onze liedjes. Zelf heb ik voor één liedje de tekst en melodie geschreven en dat nummer is meteen veel schattiger. Het gaat over een recept voor kersentaart!”


De teksten en muziek zijn misschien speels en een beetje gek, maar de dames van Katzenjammer zijn buitengewoon toegewijde muzikanten. De 'koninginnen van de zwoele sound', zoals ze zichzelf noemen, hebben alles over voor de muziek.

Tuba

Sveen: “Als we een liedje arrangeren, denken we soms 'deze song heeft een tuba nodig' of 'dat liedje kan een viool gebruiken'. Dan leren we onszelf viool spelen. Althans, we proberen het. Het viool spelen gaat nog niet zo goed, het is zo moeilijk!”

Jørgensen vult aan: “In één liedje speel ik banjo, terwijl ik dat eigenlijk helemaal niet kan. Soms moet je een instrument onder de knie krijgen, enkel omdat een liedje dat nodig heeft.”

Uiterlijk

Naast het bespelen van talloze instrumenten en plezier maken, is ook hun opvallende uiterlijk in de loop der jaren steeds belangrijker geworden. De weelderige en zeer vrouwelijke manier waarop de vier vrouwen gekleed gaan, is een handelsmerk van de band geworden.

Sveen: “Als we moeten spelen, slepen we een grote contrabas en allerlei vreemde instrumenten achter ons aan. Ook dragen we grappige jurkjes en hebben bloemen in ons haar. Dat maakt mensen nieuwsgierig. Ons uiterlijk heeft zich, net als ons publiek en onze sound, op een natuurlijke manier ontwikkeld.”

Sveen voegt daaraan toe dat de luide muziek die ze maken, door hun meisjesachtige voorkomen nog “majestueuzer” wordt. “Het contrast tussen ons uiterlijk en de muziek is heel duidelijk, waardoor de muziek grootser wordt en wij... schattiger!”