AMSTERDAM – Ruim vijf maanden nadat Stereo gevormd werd in Rock Nation, een soort Idols voor rockbands, komen de bandleden met hun tweede single en debuutalbum. “Het is wonderbaarlijk dat het zo goed klikt met een stel bij elkaar geraapte artiesten”, vertelt bandlid Thijs aan NU.nl.

De zes bandleden van Stereo zijn namelijk door het tv-programma bij elkaar gezet. Ze kenden elkaar niet en hadden nog nooit met elkaar gespeeld.

“Het is een wonder dat het zo klikt tussen iedereen, de vriendschappelijke band is echt heel goed en dat is ook belangrijk”, vertelt toetsenist Thijs.

Albumrelease

Ondanks de goede klik liep het album wat vertraging op. “Maart was echt onhaalbaar”, aldus gitarist Jean-Baptiste.

“We mochten eigenlijk maar een paar eigen nummers op het album zetten, maar dat vonden we niet genoeg. We zijn muzikanten hoor! Uiteindelijk hebben we alle nummers zelf geschreven”, vertelt Astrid Kunst, zangeres van de band.

Jean-Baptiste vult haar aan: “Het voordeel is dat we allemaal al ervaren zijn, in bandjes hebben gezeten en tijdens het programma met elkaar hebben kunnen jammen. Anders had het nog veel langer geduurd.”

Stempel

Maar het totaal zelf geschreven album was niet alleen belangrijk omdat de band creatief wilde zijn. De muzikanten proberen zo ook de stempel van zich af te schudden die ze hebben gekregen door mee te doen aan een talentenjacht.

“Dit album moet alle twijfels wegnemen en we gaan onze kundigheid ook laten zien tijdens liveshows”, vertelt Thijs. “We moeten nu kilometers maken”, aldus Astrid.

Extremen

De zangeres legt uit dat het album eigenlijk net binnen alle extremen blijft: “Je kunt heel hard rocken en hele softe ballads maken. Wij blijven met dit album precies binnen de extremen. Rebel with a cause is het hardste nummer, maar het is nog geen Rage Against the Machine.”

“We hebben wel een algehele Stereosound gevonden”, voegt Thijs daaraan toe. “Het is niet zo dat het door onze verschillen heel fragmentarisch wordt. De combinatie van onze voorkeuren en de manier waarop wij spelen is onze stijl. Dat passen we toe op alle nummers waardoor een soort rode draad ontstaat.”

De band vindt zich verschillen van het huidige aanbod in de Nederlandse muziekwereld. Naar eigen zeggen maken ze “toffe rockliedjes.”

Thijs: “Het klinkt niet als een opgeleukte, opgepompte popproductie. Het is niet supergelikt. Je moet het liedje zijn werk laten doen. Je kan wel houden van een lange gitaarsolo, maar je kan horen of het liedje daarom vraagt. Als dat niet zo is dan doen we dat ook niet, we dringen niet onze persoonlijke voorkeuren op.”

Single

De single ‘Last Forever’, die vrijdag uitkwam, is niet hun debuutsingle, maar moet wel het debuutalbum dat vanaf 5 juni in de winkels ligt presenteren.

“We hebben bewust gekozen omdat dit nummer een goede track is om te laten zien wat het album is. En het is ook een hele brede track”, legt Astrid uit.

“We zijn nog zoekende, maar we hebben al een hele sprong gemaakt. Het album gaat een beetje naar links en dan weer naar rechts, weer wat stevigere nummers en dan weer wat minder. Last Forever zat daar gewoon lekker middenin.”