Volgens Paul McCartney was John Lennon de eerste die The Beatles verliet. Het einde van de band wordt vaak toegeschreven aan een ruzie tussen McCartney en de rest, maar in een interview met de BBC zegt de zanger dat Lennon juist als eerste opstapte.

Rond 1970 begon de groep uiteen te vallen. Er kwam een nieuwe manager, Allan Klein, met wie McCartney het niet goed kon vinden. Dit zorgde voor ruzie binnen de band.

In die tijd bracht McCartney ook zijn debuut-EP uit. In de hoes van de plaat voegde de artiest een interview met zichzelf toe, waarin hij vertelde dat The Beatles uit elkaar waren. "Ik kan me niet voorstellen dat Lennon en ik ooit weer samen liedjes gaan schrijven", luidden de woorden van de Brit. Daarmee was het einde van The Beatles ook gedeeld met het grote publiek.

In het interview met BBC vertelt McCartney dat dit anders zit. "Ik was niet degene die de aanzet gaf tot de breuk. Dat was onze Johnny. Hij liep de kamer binnen en zei: 'Ik verlaat The Beatles. Het is best spannend, het lijkt wel een scheiding.' En wij moesten de rotzooi opruimen."

Volgens McCartney was de band wellicht nog doorgegaan met spelen als Lennon niet had besloten om weg te gaan. "Maar John was bezig een nieuw leven op te bouwen met Yoko (Ono, red.) en hij wilde liever een week in bed blijven om de mensheid tot vrede op te roepen (Lennon en Yoko bleven zes dagen in het Hilton in Amsterdam om wereldvrede te bevorderen, red.). Daar konden we niet tegenin. Het was de moeilijkste periode uit mijn leven."

Op dat moment vond McCartney dat de band nog niet het eind van zijn potentie had bereikt. "Het was mijn leven. Ik wilde er niet mee stoppen. We waren met goede dingen bezig - Abbey Road, Let It Be - en we konden dat nog voortzetten, denk ik."