Waar Rob de Nijs enkele maanden geleden nog twijfelde of hij zijn afscheidsconcert in het Sportpaleis in Antwerpen van november überhaupt door moest laten gaan, is de zanger nu druk aan het repeteren. Aan De Telegraaf vertelt hij dat hij het zingen "weer kan".

De Nijs, die in 2019 te horen kreeg dat hij aan de ziekte van Parkinson lijdt, zei afgelopen zomer in een interview met NPO Radio 5 niet zeker te weten of hij het concert nog wel kon doen. Hij zei de bezoekers niet te willen teleurstellen en wist niet of hij een heel concert nog goed zou klinken. Inmiddels heeft hij wat vertrouwen in zijn stem teruggewonnen.

De Nijs vertelt dat hij zich voor de eerste repetities met zijn band wel druk maakte over of het zingen nog wel zou lukken. "We begonnen misschien wat stuntelend, maar dat duurde maar heel even. Weet je, ik doe dit natuurlijk ook al zo verschrikkelijk lang. Bijna mijn hele leven. Ineens ging de knop om, ging ik aan en ging het gewoon weer. Muziek maken met de jongens. Het ging weer en het kon weer. En ik kon het weer."

De 78-jarige zanger, bekend van hits als Malle Babbe en Banger Hart, zegt dat het weer begint te kriebelen, nu het concert van 21 november steeds dichterbij komt. "Het wordt spectaculair. Ik heb inmiddels een mooie kruk uitgekozen met twee armleuningen, want veel over het toneel rennen zal ik niet meer. Zonder parkinson ook niet trouwens, ik word tachtig volgend jaar, maar mijn stem is nog steeds prima."