Het demissionaire kabinet heeft toegezegd zeker 300 miljoen euro te steken in een garantiefonds om de evenementensector tegemoet te komen. De beurs komt toe aan muziekfestivals, zakenbeurzen en sportwedstrijden die na 1 juli plaatsvinden en minimaal drieduizend bezoekers trekken.

Met dat fonds krijgen organisatoren de kans om met voorbereidingen te beginnen, zonder het risico alles kwijt te raken in het geval dat het evenement geannuleerd moet worden. Als de festivalzomer wederom in het water valt, draait de overheid op voor de gemaakte kosten.

Donderdagmiddag werd de maatregel bekendgemaakt door demissionair ministers Wouter Koolmees (Sociale Zaken), Wopke Hoekstra (Financiën) en Bas van 't Wout (Economische Zaken). De maatregel is onderdeel van de uitbreiding van het steunpakket met 7,6 miljard euro, die extra wordt uitgetrokken om door de coronacrisis getroffen bedrijven te steunen. De voorgestelde ingangsdatum van het garantiefonds is 1 juli, maar die datum staat nog niet vast. De precieze invulling wordt nog uitgewerkt.

Bedrijven in de evenementensector hadden in een brandbrief gezegd uiterlijk begin februari duidelijkheid te willen hebben, omdat ze rond die tijd moeten beginnen met de organisatie van festivals. Minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur) liet in december al weten dat ze een garantiefonds wil en maakte dat toen ook kenbaar bij minister Hoekstra.

In Duitsland bestaat ook een dergelijk garantiefonds, waarvoor 2,5 miljard euro werd uitgetrokken. Donderdag werd bekend dat het Britse Glastonbury Festival, dat in juni zou plaatsvinden, dit jaar wederom wordt afgelast.