De bandleden van Foo Fighters beweren tijdens de opnames van hun nieuwe album geplaagd te zijn door geesten. Frontman Dave Grohl vertelt in een interview met Mojo Magazine dat muziek die ze hadden opgenomen verdween en dat hun instrumenten vals gestemd werden.

De bandleden reisden voor de opnames af naar een huis in Encino in Californië. Ze merkten gelijk een vreemde sfeer in de woning uit de jaren veertig, maar de akoestiek was erg goed, aldus Grohl.

"We gingen aan het werk en het duurde niet lang voordat er vreemde dingen gebeurden. Toen we de volgende dag terugkwamen in de studio, waren al onze gestemde gitaren ineens vals."

Grohl vertelt dat muzieksessies die ze hadden opgenomen met het audioprogramma Pro Tools de volgende dag verdwenen waren. Zonder dat ze het wisten zouden er nieuwe opnames zijn gemaakt. "Je hoorde alleen vreemde geluiden die in de kamer waren opgenomen. Je hoorde geen instrumenten of stemmen die we konden ontcijferen, maar er was zeker iets gaande."

'We hebben het album zo snel mogelijk afgemaakt'

De bandleden besloten vervolgens een babyfoon te installeren om de activiteit in het huis te monitoren. "Eerst gebeurde er niets en net toen we dachten dat we gek waren geworden, zagen we dingen op de camera die we niet konden verklaren."

Wat de Foo Fighters precies hebben gezien, mogen ze niet zeggen. "We hebben een contract getekend met de verhuurder dat we niets los mogen laten over de geschiedenis van het huis, omdat hij het probeert te verkopen. De gebeurtenissen zorgden er in ieder geval voor dat we het album zo snel mogelijk hebben afgemaakt."

De Foo Fighters kondigden onlangs aan dat hun nieuwe album af is. De plaat verschijnt later dit jaar, 25 jaar na hun debuut.