Raymond van het Groenewoud, die in 1990 een grote hit scoorde met Liefde voor Muziek, wilde dit nummer soms niet voor zijn publiek spelen. De zanger deed dit uit recalcitrantie, omdat hij zich niet op zijn gemak voelde in de Nederlandse feesttenten waar hij toen vaak moest optreden.

In gesprek met NRC vertelt Van het Groenewoud dat Liefde voor Muziek een enorm succes was, maar dat hij niet kon genieten van de bijkomende optredens in feesttenten in Nederland.

"Optreden in Hollandse feesttenten op zaterdagavond werd voor mij een soort Satyricon, een wachtkamer van de hel", vindt Van het Groenewoud, die vrijdag 14 februari zijn zeventigste verjaardag viert. "Al die baldadigheid, al dat gooien met hele dienbladen vol bier."

De zanger vond dit mensonterend. "Uit recalcitrantie speelde ik Liefde voor Muziek soms helemaal niet, tot groot verdriet van het publiek. Op die podia had ik niks te zoeken."

'Dat is waar ik woon en wie ik ben'

In het theater voelt de zanger zich veel meer thuis. "Dat is, om Boudewijn de Groot te parafraseren, waar ik woon en wie ik ben."

Van het Groenewoud, die in België werd geboren als de zoon van Nederlandse ouders, kijkt wel met warme gevoelens terug op zijn tijd in Amsterdam, waar hij als kind woonde.

"In Amsterdam ben ik als kind gelukkig geweest. Ik voel me verbonden met die stad. Daarmee zeg ik geenszins dat er niets boven Amsterdam gaat. Hier in Brugge voel ik me thuis, juist omdat je ver weg zit van het muzikantenmilieu."