Cornald Maas is van mening dat Nederland "donkere jaren" kende tijdens bepaalde edities van het Songfestival. Volgens de presentator wist hij soms vooraf al dat een inzending geen kans maakte, maar moest hij, ondanks kritiek van het publiek, diplomatiek zijn.

"In eigen land kreeg ik meewarige blikken: heb je hem weer met zijn Songfestival", vertelt hij in gesprek met Het Parool.

"En ik voorspel je: als we over een paar jaar de finale weer eens missen, zijn we er vast als de kippen bij om te roepen dat we niet meer moeten meedoen. Ik maak me geen illusies over de Songfestival-trouw in ons land. Maar we hebben ook wel echt donkere jaren gekend", aldus de presentator.

Maas zegt vaak genoeg met een inzending te zijn meegereisd waarvan hij vooraf al wist dat die kansloos zouden zijn. "Een voorbeeld? Ik wist dat het met de Toppers en Sieneke al heel moeilijk zou worden de finale te halen."

De Volle Zalen-presentator vond dat hij in deze situaties niet zijn daadwerkelijke mening over een inzending of liedje kon geven. "Dat was vaak tegen beter weten in. Je moet rekenen: ik ben daar deel van een team. Dat vereist soms diplomatie."

'Je kunt niet zeggen dat het niks gaat worden'

Maas vergelijkt het Songfestival vervolgens met een WK voetbal, waarbij iedere commentator zonder problemen kan zeggen hoe laag hij de kansen van Oranje inschat of dat de coach niet deugt.

"Bij een Songfestival-lied, dat afhankelijk is van smaak, kun je niet vier weken van tevoren zeggen: dat wordt niks. Als ik dat doe, heb ik gedonder met de artiest, de entourage en de omroep."

Volgens de presentator besprak hij vaak met buitenlandse commentatoren hoe zij omgingen met deze situatie. "Ze doen het allemaal op dezelfde manier. Over het lied van Sieneke bleef ik uiteindelijk maar herhalen dat 'het mooi wel de enige in zijn soort was'", aldus Maas.