Popjournalist Leo Blokhuis zegt liever te inspireren dan doceren. In een zaterdag gepubliceerd interview met de Volkskrant vertelt hij hoe een pijnlijk voorval tijdens een theatershow hem op nieuwe gedachten bracht.

"Ik heb moeten leren dat er niet zoiets bestaat als slechte muziek", vertelt Blokhuis. "Wat voor ideeën ik daar zelf ook over heb. Ik voel me niet gelukkig in de rol van muziekpolitie."

De muziekkenner haalt een avond terug waarop hij verzoeknummers uit het publiek draaide en een bezoeker om een nummer van Céline Dion vroeg. "'De zingende Titanic!' Ik kon het niet laten een lullige opmerking te maken. Waarop die vrouw vertelde dat ze net haar zus op dat liedje had begraven. Nou, dan voel je je zo'n lul! Zo'n sukkel!"

'Provocatie is een kunstuiting, dat mág'

Blokhuis zegt daarnaast dat hij zich ruimdenkend op wil stellen bij het selecteren van muziek. Zijn broer Paul, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, vertelt tijdens het interview dat hij afhaakt wanneer vrouwen als lustobject worden weggezet, maar Leo wil dat nuanceren.

"Ik vind wel dat er soms een beetje hysterisch over gedaan wordt", merkt de popjournalist op. "In popmuziek wordt ook met zulke ideeën gespeeld. Ik schrik niet zo snel. Goed, sommige muziek is zo vrouw- of homovijandig dat ik er niks mee te maken wil hebben, maar zeker niet elke rapper die het woord bitch gebruikt heeft voor mij afgedaan."

"En ik draai ook een band als Rammstein, die in hun clips grote, foute Duitse symbolen gebruiken. Dat is een provocatie, een kunstuiting. Dat mág."