Jebroer brak internationaal door met het nummer Kind van de Duivel. Op zijn nieuwe album gaat het er inhoudelijk iets rustiger aan toe. Er zijn op dit moment "geen superzware onderwerpen" in zijn leven die hij kwijt wil, zegt hij tegen NU.nl.

"Ik ben een kind van de duivel. Mama, jij hoeft niet te huilen. Feesten, alsof elke dag hier m'n laatste is, hoop dat je deze draait op mijn begrafenis", luidt de tekst van het nummer Kind van de Duivel dat in 2017 voor ophef zorgde.

Dominees in Nederland schreven brandbrieven en Jebroer (echte naam Tim Kimman) was in sommige plaatsen zelfs niet welkom om op te treden. Jebroer legde kort daarna uit dat hij christenen niet had willen kwetsen. Het album Elf11, waar het desbetreffende nummer op staat, had op dat moment al een cultstatus onder veel jongeren.

Jebroer heeft een hiphopachtergrond en was in dat genre al jaren bezig voordat Kind van de Duivel verscheen. Maar hij laat de traditionele hiphopbeats steeds vaker los en rapt liever op de snelle vierkwartsmaat uit de freestyle, een snelle en harde elektronische muzieksoort die gelieerd is aan de hardstyle.

"Dat muziekgenre is niet commercieel in de traditionele zin. Het wordt bijvoorbeeld amper op de radio gedraaid. Als ik dan een Gouden Plaat ontvang voor een nummer als Leven na de Dood, dan vind ik dat zo ontzettend tof. Ik denk dat ik een deur heb opengetrapt. Ik ben een kant op gegaan waar niemand anders naar toe is gegaan, het is een soort alternatief geluid. Ik heb mijn eigen straat ontdekt en die straat wordt steeds groter, dat is nu een snelweg."

'Ik zat vast in hetzelfde schrijfpatroon'

Jebroer schreef niet alleen Kind van de Duivel, maar droeg in het verleden ook een nummer op aan een verslaafde jeugdvriend. Op zijn nieuwe album Jebroer 4 Life gaat het er inhoudelijk echter iets minder zwaar aan toe.

"Ik heb op dit album niet mijn gevoelens geuit zoals op mijn vorige album, dat was echt een 'psychisch' album. Ik zat ook een beetje vast in hetzelfde schrijfpatroon. Ik maak al zo lang muziek en ik wilde iets nieuws proberen, daarom is alles in de studio ter plekke ontstaan. Ik ben achter de microfoon gekropen en heb gedaan waar ik me goed bij voelde. Het gaat daarnaast gewoon heel goed met me, dus er zijn ook even geen superzware onderwerpen die ik in mijn muziek kwijt wil. Het enige nummer dat echt inhoudelijk is, is Superheld. Daarin heb ik wel wat van me afgeschreven."

Jebroer werkte voor Kind van de Duivel samen met Paul Elstak en ook aan het nieuwe album heeft de Rotterdamse happyhardcorelegende meegewerkt.

"Ik ken Paul al jaren. We waren eerst vrienden voordat we de studio in gingen. Hij is van de oude generatie, ik van de nieuwe. Ik kan veel leren van hem en van wat hij heeft meegemaakt, en hij kan weer veel leren van mij. Bijvoorbeeld over nieuwe manieren waarop je vandaag de dag muziek kunt uitbrengen."

'Ze vonden dat ik nep was'

Jebroer treedt op tijdens grote hardstylefeesten, maar komt zelf niet uit de hardstyle- of gabberscene. Op zijn nieuwe album staat het nummer Heartcore. Volgens Jebroer schopte hij hiermee onbewust tegen het zere been van de hardcoregemeenschap.

"Ik kreeg te horen dat ik geen nummer mocht maken dat in de titel naar hardcore verwijst, maar een hardstylebeat heeft. Dat ligt heel gevoelig. Ik heb daar gesprekken met legendes uit dat genre over gevoerd, omdat er een tegenbeweging was gestart met de hashtag #heartforthecore. Zij vonden dat ik nep was."

Volgens Jebroer is dit bij uitstek een kwestie waarbij Elstak hem van advies kan voorzien: "Toen Paul happy hardcore ging maken, werd dat niet geaccepteerd. Toch heeft hij doorgezet. Maar hij adviseert me ook sommige dingen juist niet te doen. De hardcoregemeenschap is heel toegewijd, die kunnen in één keer besluiten: we stappen ervan af, wat je doet is niet credible."

'Je bent een schande voor het woord hard'

Jebroer houdt er echter ook van om met die gevoeligheden te spelen. Voor het nummer Uit Mijn Dak, een samenwerking met De Jeugd Van Tegenwoordig, gebruikte hij de melodie uit Ruffneck Rules Da Artcore Scene van Juggernaut.

"Die melodie is oud (Edvard Grieg-In the hall of the mountain king, eind negentiende eeuw, red.), maar voor de echte diehardgabber is dat een klassieker die je niet mag pakken. Maar ik heb het toch gedaan. Aan het einde van dat nummer zegt Vjeze Fur: 'Je bent geen hardcore, je bent geen hardstyle, eigenlijk ben je een schande voor het woord hard'."

"Hij zegt wat veel mensen willen zeggen als ze dat nummer hebben beluisterd. Maar door het in zo'n nummer te gebruiken, haal je het randje eraf, dat is leuk."