Guus Meeuwis zit inmiddels 25 jaar in het vak en won maandag de Lennaert Nijgh Prijs voor zijn gehele oeuvre. "Aan het begin van mijn carrière zeiden ze tegen me: 'Je mag niet stoppen, je vindt dit veel te leuk.'"

De 47-jarige Meeuwis, wiens oeuvre meer dan 150 nummers omvat en prijs tijdens de Buma Awards ontving, zegt in gesprek met NU.nl te weten waarom hij van dit langdurige succes kan genieten: "Je moet niet denken dat mensen hetzelfde van je verwachten, dat is de grootste valkuil die er is."

Volgens de weduwe van Lennaert Nijgh werd hij zelf zijn grootste concurrent. Hij kon in de jaren tachtig niet meer de hits evenaren die hij in de jaren zestig had geschreven. Herken jij die angst?

"Ik heb dat één keer gevoeld en daarna was het over. Het eerste album, met hits als Het is een Nacht, Verliefd en Per Spoor, hebben we zo onbevangen opgenomen. Maar toen moest plaat twee komen. Dat is redelijk gelukt, maar het was wel een drama. Ik dacht dat mensen hetzelfde van ons zouden verwachten, maar ze moeten juist met je meegroeien en willen soms verrast worden."

Hoe ver kun je gaan wat dat verrassen betreft?

"Je moet ze niet te vaak op het verkeerde been zetten of het te vaak over een andere boeg gooien. Soms zoek ik die grens wel op. Het is belangrijk dat je in de loop der jaren voelt wat wel en wat niet bij je past. Dat wil niet zeggen dat je niet af en toe een uitstapje mag maken. Maar de basis waar je altijd vanuit kan gaan, zit in je eigen kunnen."

Wanneer wist je zeker dat je een langdurige carrière tegemoet zou gaan?

"We speelden onder de naam Vagant en ik merkte dat veel mensen het leuk vonden wat we deden, maar ik merkte ook dat er binnen de band en bij het management verschillende ambities waren. Ik voelde me daar en beetje door tegengehouden. Toen ik dat kenbaar maakte, kwamen er veel goede mensen op me af die zeiden: 'Je mag niet stoppen, want je vindt het veel te leuk.' Daar was ik het wel heel erg mee eens. Ik heb er veel te lang over gedaan te beseffen dat dit het voor me is. Ik heb veel te lang gedacht: ik zit morgen weer in de collegebanken."

Vraag jij je weleens af hoelang je nog relevant zult blijven als artiest?

"Of mensen je leuk vinden of niet, heb je niet in de hand. Met één luisteraar heb je een hobby, met duizend heb je een carrière. Die scheidslijn is heel dun. Wat vinden mensen van mij, wat verwachten ze van mij en moet ik daaraan voldoen? Ik vraag me dat steeds minder af. Wel denk ik steeds meer na over wat ik van mezelf verwacht. En dat is dat ieder liedje beter moet zijn, dan het liedje ervoor. Dat kan niet altijd, maar dat wil ik wel vaak."

Welk nummer uit jouw oeuvre krijgt te weinig waardering?

"Laat mij in die waan. Dat is een soort chanson-achtig, schitterend begeleid, klein liedje. Met een mooie universele boodschap, recht uit mijn hart. Op de een of andere manier vinden mensen het wel mooi, maar dat lied wordt nooit als eerste genoemd. Ik zou een plaat kunnen vullen met dat soort nummers. Soms voel je dat je een goed nummer hebt, soms zit je er volledig naast. Dat is ook al zo vaak in al die jaren gebeurd, dat ik dacht iets te pakken had. Het valt gewoon niet te voorspellen. Wij spelen heel veel live, waardoor veel liedjes een livereputatie krijgen. Dat zie je daarna weer terug in de streams. Liedjes gaan pas bewegen en leven als je ze vaak speelt. In de studio zoek je vaak nog naar de formule, de duur en de compositie."

Heb je ooit muziek opgenomen waarvan je wist dat je die nooit live zou gaan spelen?

"Nee. Wij hebben de mazzel dat we vaak in clubs, theaters en op festivals mogen spelen. We zoeken bij de juiste gelegenheden de juiste liedjes. De meeste nummers zijn daarom ooit weleens voorbijgekomen. Ik speel nummers als Het is een Nacht en Per Spoor ook nog steeds graag. Als je al die nummers achter elkaar zet, wordt het een soort familie. Toen we in de Royal Albert Hall stonden, heb ik heel lang nagedacht over de setlist. Ik had de nummers aanvankelijk voor het gemak chronologisch achter elkaar gezet en toen ik die lijst zag dacht ik: wat zou het gaaf zijn als we gewoon beginnen met Het is een Nacht en eindigen met de laatste single van de laatste plaat. Dat hebben we gedaan en dat was helemaal de bom."

Een van de bekendste nummers die Nijgh heeft geschreven was het maatschappijkritische nummer Welterusten, meneer de president. Zoiets vind je in jouw oeuvre niet terug.

"Klopt. Ik vind en vond dat ik nog niet dezelfde autoriteit heb om zoiets te zingen. Het kan nog komen, wie weet. Freek de Jonge neemt zoiets graag op zich. Ik weet niet wat er gebeurt als ik dat doe. Ik heb me in ieder geval nog niet geroepen gevoeld. Ik schrijf meer over het kleine geluk en het kleine verdriet, dan over grote wereldse onderwerpen. Misschien moet ik me ooit ergens kwaad om gaan maken."