Bløf staat 14 en 15 december op het podium van Ahoy, waar ze ongetwijfeld hits als Aan de kust en Liefs uit Londen ten gehore zullen brengen. Dat de bandleden sommige nummers heel vaak spelen, vinden ze niet erg

"Nee, helemaal niet", vertelt Bløf-zanger en -gitarist Paskal Jakobsen zaterdag aan NU.nl. "Toen ik nog in een coverband zat, werden we die nummers na een tijdje wel beu. Maar dit is eigen werk, daar ben je toch trots op. Die vervelen niet. En hoe bijzonder is het om te zien dat zo'n mensenmassa met jouw liedjes meezingt?"

Eén nummer dat live het beste tot zijn recht komt, is volgens de zanger Harder Dan Ik Hebben Kan. "We treden 80 keer per jaar op en spelen dat nummer tijdens zo'n 78 optredens. Dat is ook zo met Dansen Aan Zee. Dat zijn gewoon vaste waardes tijdens onze optredens, die moéten we op de een of andere manier spelen."

"De hoofdzaak tijdens onze concerten in Ahoy natuurlijk dat we gewoon onze nummers komen spelen, maar daarnaast nodigen we ook een paar gasten uit", legt Jakobsen uit. Wie dat zijn, wil hij niet verklappen. "Ook moeten we nog goed oefenen voor onze bijzondere toegift die avonden."

'Het gevoel per zaal is wel anders'

Volgens Jakobsen wordt er voor zo'n avond waarop veertienduizend mensen hen live zien spelen niet heel anders gerepeteerd dan voor een clubtour of een festivaloptreden. "Voor een cluboptreden doen we even een soundcheck en gaan we het podium op. Zo'n 'uitsmijter' waar we nu mee bezig zijn, kun je je alleen op een groot podium permitteren, daarvoor moeten we eerst wel goed repeteren. Die doe je niet altijd. Maar voor de rest verloopt de dag hetzelfde als voor de kleinere optredens. We soundchecken, eten tussendoor, maken wat grappen met elkaar en kunnen daarna het podium op."

"Het gevoel per zaal is wel anders", gaat de zanger verder. "Geen enkele groep is en voelt hetzelfde, hoe gek dat ook klinkt om te zeggen over duizenden mensen. De ene groep doet gelijk leuk mee, de andere moet je eerst voor je winnen."

Dat laatste moet Bløf vooral doen in België, waar ze nu voet aan de grond krijgen door Zoutelande. "Maar dat is niet erg, het is ook fijn om er soms voor te moeten werken. In België is het publiek minder extravert dan in Nederland, waardoor daar ballads vaak beter werken. In België houdt iedereen tenminste z'n smoel, terwijl er in Nederland altijd wel een paar schreeuwlelijkerds tussen staan."

Meer remakes van hits worden niet uitgesloten

Zoutelande was afgelopen jaar niet de enige hit die veelvuldig op de radio te horen was. Ronnie Flex ging er vandoor met hun oude hit Omarm me en rapper Frenna heeft een remake gemaakt van Harder Dan Ik Hebben Kan, maar met Regen als titel. "Dat zulke dingen gebeuren, vinden we supertof", vertelt Jakobsen. "Maar we hebben ons niet bemoeid met de productie ervan. Bij Ronnie hebben we bijvoorbeeld gewoon de benodigde muziek naar hem opgestuurd en is hij er zelf mee aan de slag gegaan. Voor Frenna heb ik nog een stuk ingezongen. Maar het zijn echt hun releases."

"We sluiten niet uit dat we vaker zulke samenwerkingen zullen doen, maar we steken er ook geen tijd in", legt de zanger uit. "We zijn wel bezig met nieuwe muziek, maar dat doen we eigenlijk het hele jaar door. Net wat er uit onze handen komt." Waar Jakobsen nog wel een keer zou willen optreden, is hij heel duidelijk over: een uitverkocht Sportpaleis in Antwerpen.

'Ik ben graag thuis'

"Het is leuk meegenomen dat we nu wat vaker in België komen, dus dat lijkt me een gave plek", vertelt Jakobsen. "Het ligt eraan hoe het loopt. Twintig jaar geleden wilden we heel graag in België optreden, maar lukte het nog niet. Nu is het ineens op ons pad komen. We kijken wel hoe het loopt. We zullen nooit uitsluiten dat we nog in andere landen gaan komen. Maar Nederland is ook prima, ik ben graag thuis en het is overzichtelijk. We hebben het heel goed hier."