De legendarische en gelauwerde operazangeres Jessye Norman denkt het geheim van haar succes te kennen: "Ik wil altijd het complete spectrum van de muziek onderzoeken, en soms ging ik daarin verder dan mijn collega's."

Dat vertelt de Amerikaanse in gesprek met NU.nl. Norman won tal van prijzen, waaronder meerdere Grammy's, en kreeg van meer dan dertig universiteiten een eredoctoraat.

De zangeres is dinsdag zeventig geworden. Ter ere van haar verjaardag schreef ze haar autobiografie De muziek van mijn leven.

Wat kunnen we uit uw autobiografie halen waar we nog geen weet van hadden?

"Ik ga uitvoerig in op het gemeenschapsleven uit mijn kindertijd, want dat is de grote pijler onder mijn leven en dat heeft het verloop van mijn carrière bepaald. Ik kom uit Augusta in Georgia, en bij ons kende iedereen elkaar. Het dagelijks leven was kerkelijk, met gospel, muziek, en een sterke onderlinge verbondenheid."

"De familiezin was groot, en ik wil met mijn boek aangeven hoe belangrijk die gemeenschapszin is. En het boek is ook een vorm van hulde aan mijn ouders, die samen het cement van ons bestaan vormden."

Uw ouders zijn ook erg dappere mensen dat ze u naar demonstraties lieten gaan.

"Dat was in de jaren zestig, de tijd dat we vochten voor onze rechten als Afro-Amerikanen. Het kon er zeer ruw aan toegaan tijdens die demonstraties, en is het inderdaad moedig dat mijn vader en moeder ons toestemming gaven onze stem te laten horen. Veel ouders zouden het verbieden, omdat ze ertegenop zien thuis te zitten nagelbijten of alles wel goed gaat. Die van mij hielden zich kranig. Ze uitten weliswaar hun zorgen, maar ze gaven ons de vrijheid om te gaan, en zeiden dat ze zouden bidden voor een behouden terugkeer."

Als u nu terugkijkt, wat voor Jessye ziet u dan als kind?

"Een gedreven kind dat door haar familie in alle opzichten werd aangemoedigd. We praatten vrijuit en mijn ouders stonden erop dat we 's avonds tijdens het eten onze mening over bepaalde onderwerpen gaven, ze leerden ons voor onszelf te denken en jezelf uitdrukken via muziek was vanzelfsprekend. Rond mijn tiende begon ik warm te lopen voor de opera, die op zondag op de radio werd uitgezonden."

Zag u die operaverhalen misschien als sprookjes?

"Dat zou goed kunnen. Bij ons huis was de muziek aanwezig, de gospel was deel van ons leven, maar dat is muziek van een ander slag. Die opera's waren grootse verhalen over koningen, koninginnen, prinsessen, avonturen en grootse hartstochten."

"Mijn lerares is destijds ook een van de mensen geweest die me heeft gevormd, want ik mocht elke maandag voor de klas uitleggen wat ik weer zo prachtig had gevonden aan de opera die ik de vorige dag had gehoord. Mijn klasgenootjes zakten dan verveeld onderuit. 'Nee hè, daar gaat ze weer,' maar mijn lerares liet me mijn verhaal vertellen. Elke week weer."

Was u met die interesse niet de gulden uitzondering? De leerling waar elke leraar op hoopt?

"Uitzonderingen leveren altijd mooie verhalen op. Zelf had ik zo'n verrassende ontmoeting vorig jaar in New York. Ik wilde een concertzaal betreden via de artiesteningang, en daar stuitte ik op drie Afro-Amerikaanse jongeren die bij de deur stonden. Petje op, sneakers, hiphop-look, het hele plaatje. Eén van hen sprak me aan. 'Ik ken u wel, u bent die zangeres van Dido's Lament'. Dat is hoge school klassiek van Purcell, en het trof me dat die jongen, een hiphopknul op straat, die aria kende en dat hij ook mij herkende."

U hebt geschiedenis geschreven met Dido's Lament. Kunt u zich goed met vrouwen als Dido vereenzelvigen?

"We hebben het hier over muziek die ongelooflijk geniaal is geschreven, daar zijn de Europeanen meesters in. Hun muziek is gelaagd, doorvoeld, rijkgeschakeerd. Een schatkamer voor uitvoerende artiesten. Purcell laat je Dido voelen, met al haar hartstocht en al haar wanhoop. Je hoeft niet zelf de dramatische schokken te beleven om dit soort vrouwen te begrijpen. De Europese componisten stippelen de hele weg naar het personage perfect voor je uit, je ziet die in al zijn grootsheid voor je liggen, en dan kun je aan het werk. Hard."

“Ik heb geleerd pas tevreden te zijn als ik zeker weet dat ik het allerbeste hebt bereikt.”

U schrijft in uw biografie dat uw harde werk soms wrevel opleverde.

"Ik wil altijd het complete spectrum van de muziek onderzoeken, en soms ging ik daarin verder dan mijn collega's. Maar het is mijn levensinvulling, en ik heb geleerd pas tevreden te zijn als ik zeker weet dat ik het allerbeste hebt bereikt, zo ben ik opgevoed."

"Bij repetities leerde ik dus redelijk snel mezelf op het einde van de 'werkdag' in te roosteren. Dan had ik alle tijd om me met de dirigent eindeloos in een frase of partituur te verdiepen, en dan konden de anderen desgewenst naar huis. Ik haal een aantal dirigenten in mijn autobiografie aan die ook zo bevlogen konden zijn, met name James Levine."

Kunnen mythische hartstochten zoals van Sieglinde en Dido wel evenaren met de aardse liefdes?

"Ha, dat is een strikvraag. Ik heb in mijn autobiografie uitvoerig over bijna alle aspecten mijn leven geschreven."

Is het een boek dat vertelt dat uw leven uw muziek is?

"Het is een boek waarmee ik bovenal heb kunnen uitdrukken hoe dankbaar ik ben dat ik dit leven kan leiden."

Jessye Norman - De muziek van mijn leven is verschenen bij uitgeverij Kosmos.