Kleine poppodia moeten meer doen om gehoorschade bij het publiek te voorkomen. 

Dat schrijft staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid) vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Hij maakte begin vorig jaar afspraken met poppodia en organisatoren van concerten en dancefeesten om het groeiende probleem van gehoorschade aan te pakken.

Uit een tussenstand blijkt dat 80 procent van de kleine popzalen het geluidsniveau nog niet beperkt tot de afgesproken maximale gemiddelde van 103 decibel.

Verder meet nog maar 40 procent van de kleine popzalen het geluid. De kleine locaties missen veelal geschikte meetapparatuur. Ten slotte blijkt nog maar 62 procent van de kleine poptempels gehoorbescherming te koop aan te bieden.

Grote evenementen

Grote evenementen en popzalen leven de regels wel goed na. ''De kleine popzalen hebben op meerdere onderdelen nog een inhaalslag te maken'', aldus Van Rijn. Hij heeft met de betrokken organisaties afgesproken dat popzalen de zomer nog goed meetapparatuur krijgen. Ook wordt eraan gewerkt om meer verkooppunten van gehoorbeschermingsmiddelen te verhogen.