De totale omzet van de Nederlandse muziekindustrie is vorig jaar met 1,3 procent gedaald tot 128 miljoen euro.

Dat maakt de brancheorganisatie NVPI dinsdag bekend.

Uit de NVPI-cijfers blijkt dat de Nederlandse muziekindustrie het steeds meer moet hebben van de inkomsten uit streamingdiensten als Spotify, Deezer en Google Play, een ontwikkeling die al een paar jaar gaande is.

De omzet uit deze digitale muziekdiensten steeg vorig jaar met 17,2 procent naar 43,7 miljoen euro. De inkomsten uit downloads daalde daarentegen met bijna 10 procent tot 14 miljoen euro.

De omzet uit fysieke producten (voornamelijk cd's) daalde met 8,9 procent tot 69,4 miljoen euro. Opvallend is volgens de NVPI het succes van vinyl.

De organisatie schat dat de inkomsten hieruit stegen van 7 miljoen euro in 2013 tot 8 miljoen euro vorig jaar. Daarmee was de 'ouderwetse' grammofoonplaat goed voor 11,5 procent van de totale fysieke markt.

Streaming

Het aandeel van de digitale markt op de totale omzet van de Nederlandse muziekindustrie was vorig jaar 45,7 procent, het aandeel van de fysieke markt 54,3 procent. In 2013 was die verhouding nog respectievelijk 41,6 procent en 58,4 procent.

De NVPI verwacht dat de digitale markt (streaming) blijft groeien mede door de komst van nieuwe aanbieders, zoals Apple, Tida en Qobuz.

Steeds belangrijker voor de Nederlandse muziekindustrie worden ook de inkomsten uit rechtenvergoedingen zoals Sena en Thuiskopie. In totaal bedroegen die vorig jaar 25,8 miljoen euro, een stijging met ruim 23 procent ten opzichte van 2013.