De 50-jarige jazz-grootheid Diana Krall heeft met haar twaalfde studio-album Wallflower een uitstapje genomen richting popmuziek. "Omdat ik zin had een popplaat te maken."

"Gewoon met liedjes die ik zelf mooi vind. Gespeeld zonder jazzbehandeling, maar heel direct. Ik had daar zin in, maar het lijkt wel alsof ik de enige ben", reageert Krall in de Volkskrant op de verbazing die haar artistieke keuze ten deel valt.

Ze wilde gewoon even wat anders, vertelt Krall. "Dat mag toch? Ik blijf echt niet mijn hele leven popliedjes zingen hoor, maar dit wilde ik al jaren."

Ze vergelijkt het met een uitstapje van Bob Dylan. Die maakt nu een plaat met Sinatra-nummers, en er is niemand die bang is dat hij nu alleen maar dat repertoire blijft zingen. "Maar ik mag dit niet doen?"

Twijfel

Krall verzekert dat ze nog gelukkig is met het genre jazz. "Ik wek vast niet de indruk, en er zijn momenten dat ik daaraan twijfel. Mijn man zegt altijd: jazzmensen die pop gaan maken, worden als verraders gezien en popmensen die de jazz verkennen, worden als avontuurlijke muzikanten gezien. Daar zit wat in."

Rotsvast overtuigd van haar artistieke keuze lijkt Krall niet, maar de kritiek vindt ze niet terecht. "Het is me echt niet komen aanwaaien hoor. Daarom kan ik er niet tegen dat mensen me vertellen wat ik wel en niet moet of mag. Ik heb nu deze popplaat gemaakt. Dat had ik vijf jaar geleden nooit gedaan en misschien denk ik over vijf jaar ook wel dat ik het nooit had moeten doen. Dat zien we dan wel weer."