De Canadese troubadour Leonard Cohen, 78 jaar oud, is deze week mogelijk voor het laatst in Nederland te bewonderen. Die gedachte wordt woensdagavond in Ahoy versterkt door de zanger zelf.

"Ik weet niet wanneer we elkaar weer zullen zien, dat weet niemand", zegt hij als net op het podium staat. "Maar ik beloof dat we vanavond alles zullen geven wat we hebben."

Veel tijd om te filosoferen over de toekomst van de zanger, die de laatste jaren veelvuldig in Nederland te bewonderen was, geeft hij het publiek niet: met een dansje komt Cohen het podium op.

Meteen daarna maakt hij Ahoy het hof met een vrolijk welkomstwoord. Hij is inderdaad lang niet meer in Rotterdam geweest, omdat hij zich niet meer wilde opdringen, zegt hij. Cohen hoopt dat de mensen niet teveel geld uit het huishoudpotje hebben gehaald om hier te kunnen komen.

Hij is dankbaar dat zoveel mensen de steile trappen van de tweede ring op durfden te klimmen om hem te zien. "Pas op als je daar zit, leun niet te ver naar voren, want je valt zo naar beneden", zegt hij zelfs. "Roep ons gerust als je op die plekken zit en je tekort voelt gedaan. Dan richten we ons tot jullie."

Kraakhelder

Het welkomstwoord is een volmaakte start van wat een volmaakt optreden wordt. Cohen opent met Dance Me To The End Of Love. Zijn stem blijkt meteen zó indrukwekkend en zo kraakhelder dat er minder redenen zijn om maar meteen weer naar huis te gaan. Mooier dan dit wordt het toch niet.

Maar als een bokser deelt Cohen meteen daarna rake klappen uit, opvallend vitaal bewegend over het grote podium. Hij speelt spelletjes met de fotografen, noemt zijn fans vrienden en als zijn bandleden soleren, neemt hij zijn hoed voor ze af in adoratie. Zijn zeskoppige band krijgt van Cohen uitvoerig de ruimte, net als de drie zangeressen.

Klassiekers

De Canadees doet het duidelijk niet alleen, maar hij blijft wel betrokken. Nooit verdwijnt hij van het podium, altijd kijkt hij vol liefde toe. Het aantal keren dat hij zijn bandleden en vocalisten bij naam voorstelt, is niet op een hand te tellen. Het magistrale begin van deze avond krijgt in het eerste deel een vervolg met nog meer klassiekers.

Bird On The Wire en Everybody Knows horen bij het beste dat de popmuziek de laatste vijftig jaar heeft voortgebracht. Cohen zingt deze evergreens in Ahoy alsof hij ze voor het eerst zingt. Soms met de ogen dicht, dan weer juist met de ogen wagenwijd open en gebarend. Zo geconcentreerd, gepassioneerd, geïnspireerd.

Erupties

Het publiek in het volle Ahoy kan alleen maar muisstil toekijken en de zanger vervolgens belonen met het ene open boekje na het andere. Cohen laat zich daar niet door van de wijs brengen. Hij raakt ondanks de erupties aan applaus juist steeds meer in trance, slechts gewekt door de plaspauze tussendoor.

Dat zelfs de eeuwig fitte Cohen de ouderdom niet kan verslaan is maar af en toe te merken, bijvoorbeeld in de verstilde versie van Hey, That's No Way To Say Goodbye. De plotseling zeer breekbare blik van Cohen, die zelf op gitaar speelt en opeens wel een oud mannetje lijkt, gaat door merg en been.

Tranen

Meer nog dan bij het monumentale Hallelujah, waarin Cohen zich opeens achter het volle geluid van zijn band lijkt te willen verschuilen. Hij had dat nummer helemaal zonder begeleiding mogen zingen, misschien zelfs wel zonder microfoon. Alleen zijn stem was dan al genoeg geweest om Ahoy vanavond tranen van geluk te bezorgen.

Die tranen vloeien niet bij dit nummer, waarbij de verwachtingen misschien te hoog waren, maar wél bij andere klassiekers als Suzanne en So Lang, Marianne.

Ook in de toegift kijkt iedereen volledig in katzwijm toe hoe Cohen Ahoy in vuur en vlam zet. Voor de laatste keer wellicht. Hopelijk verslaat hij de ouderdom nog een keer zoals hij dat vanavond ook doet.