Het 90-koppige Koninklijk Concertgebouworkest heeft zaterdagavond van zich laten horen tijdens het Prinsengrachtconcert in Amsterdam. 

De gracht rondom het enorme ponton voor het Pulitzer Hotel lag al vroeg vol met bootjes, waarop het publiek traditiegetrouw van de klassieke muziek genoot.

De 32e editie stond in het teken van 400 jaar Amsterdamse grachten en het Concertgebouworkest was uitgenodigd vanwege zijn 125-jarig jubileum. Het Prinsengrachtconcert was dit jaar grootser dan ooit. Nooit eerder speelde een compleet orkest op de Prinsengracht.

Het wereldberoemde symfonieorkest speelde onder meer Tsjaikovski's Ouverture 1812 die gepaard ging met schoten van musketiers. Aanvankelijk was het de bedoeling dat saluutbatterij Bastion R.A. uit Naarden kanonnen zou inzetten, maar dit bleek door ruimtegebrek niet haalbaar.

Pontons

Het grote overdekte podium telde 200 pontondelen. Hierdoor was er minder plek voor bezoekers op de kade en het water. Opera per Tutti verzorgde vanaf 20 uur het voorprogramma totdat het Concertgebouworkest om 21.20 uur begon. Het orkest speelde onder leiding van dirigent Antonio Pappano en de solist van de avond was de Maltese tenor Joseph Calleja.

Vooraf zei Pappano het een ''heel sympathiek'' concert te vinden. ''Het gaat erom dat we muziek delen, ook met mensen die niet in staat zijn om naar Het Concertgebouw te gaan.''

Calleja bracht onder meer aria's uit opera's van Puccini en Verdi ten gehore. Hij maakte op 19-jarige leeftijd zijn Europese debuut in Nederland. Het concert eindigde zoals ieder jaar met het lied Aan de Amsterdamse Grachten.

Het Prinsengrachtconcert is traditiegetrouw het hoogtepunt van het Grachtenfestival, dat nog tot zondag duurt. De AVRO zond het evenement, waarvan de presentatie in handen was van Maartje Stokkers en Frits Sissing, rechtstreeks uit op radio en tv.