Minister Jet Bussemaker (Cultuur) gaat de subsidieverstrekking van het Fonds Podiumkunsten dit najaar eens goed doorlichten.

Daarbij gaat ze extra kijken naar de eventuele problemen die popmuzikanten hebben met het aanvragen van financiële steun. Dat zei de minister woensdag tijdens een overleg in de Tweede Kamer over de popsector.

In 2012 had het fonds 60 miljoen euro aan subsidies uit te delen. Daarvan ging 2,5 miljoen euro naar de popsector. ''Dat is geen gering bedrag'', constateerde Bussemaker. Een popcoalitie pleitte vorige week echter voor een eigen fonds, met 5 miljoen euro aan subsidies.

Toneel en dans

Dat ziet de minister niet zitten, omdat een apart fonds ten koste gaat van bijvoorbeeld toneel en dans. Bovendien zijn sommige projecten niet zo makkelijk in het hokje pop te duwen, waardoor zij subsidie kunnen mislopen. Wel wil Bussemaker kijken of het fonds goed aansluit bij de behoeften van de popsector.

Afgevaardigden uit de popwereld mogen deelnemen aan de evaluatie, stelde de minister. ''Op die manier kunnen ze meepraten over de knelpunten.'' Als uit de evaluatie blijkt dat er inderdaad een probleem is met de subsidies voor de popmuzikanten, zal Bussemaker maatregelen nemen.

Broedplekken

De minister beloofde verder gemeenten aan te sporen zo veel mogelijk muziekscholen, oefenruimtes en andere broedplekken voor jong muzikaal talent in stand te houden. Ze gaat in overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten om dit signaal af te kunnen geven.

Minister Henk Kamp (Economische Zaken) zei tijdens het overleg dat de popsector ook zal worden uitgenodigd voor overleg over de creatieve sector. Die sector, waar de popmuziek ook onder valt, is een zogenaamde topsector. Het kabinet zet zich in om die sectoren sterker te maken, zodat Nederland op die gebieden kan blijven uitblinken.

De Nederlandse muzieksector is aardig wat waard. In 2011 leverde muziekexport naar het buitenland 100 miljoen euro op. Bijna 70 procent daarvan werd verdiend in de dancemuziek.