Muse zoekt in alles de overtreffende trap op en in de Amsterdam Arena komt een concert van de rockband dan ook uitstekend tot zijn recht. Wie anders laat immers wereldleiders dansen op zijn eigen muziek?

Groots, grootser, grootst. Dat is het devies voor de stadion- en festivalshows van deze tijd. Met het relatief verwende hedendaagse concertpubliek, zowel wat kwaliteit als wat kwantiteit betreft, moet je flink uitpakken om echt indruk te maken. Dat weet ook Muse, dat nu een wereldtournee onderneemt.

Het rocktrio, live aangevuld met toetsenist Morgan Nicholls, trekt voor de tournee ter ondersteuning van het vorig jaar verschenen album The 2nd Law alles uit de kast om een show te geven die je nog lang zal heugen. Op ieder vlak haalt de band het onderste uit de kan en verbluft bijna continu.

De voorprogramma’s Bastille (bekend van de hit Pompeii) en Biffy Clyro (van de hit Many Of Horror) mogen niet onvermeld blijven, al is het toch echt Muse dat in het thuishonk van voetbalclub Ajax voordoet hoe het moet. Metershoge vlammen en een enorme videomuur zijn slechts enkele hulpmiddelen.

Moralistisch

Muse zet een haast futuristische rockshow met een moralistisch randje neer, maar dat staat stevig rocken geenszins in de weg wanneer dat nodig geacht wordt. Al meteen vanaf opener Supremacy geeft Muse een duidelijk voorproefje van wat het publiek de komende tweeënhalf uur te wachten staat.

Visuele stimulansen zijn er voldoende bij dit concert, al moet geconstateerd worden dat vooral de eerste helft van de show relatief statisch is. Dit zeker in vergelijking met de dynamischere, haast organische podiumconstructie waarmee Muse in december in de Ziggo Dome te zien was.

Rondtollend

Gedurende het optreden komt daar overigens verandering in en met name frontman Matt Bellamy stoeit met de rondtollende camera’s. Erg spraakzaam is hij niet. Wel schudt hij de hand van een deel van de fans op de eerste rijen, die al sinds dinsdagochtend voor de ingang van het voetbalstadion zaten.

Technisch gezien is er niks op Muse aan te merken, behalve dat het soms misschien té perfect klinkt. De onderhand als studioproducties aandoende vertolkingen van hits als Supermassive Black Hole, Bliss, Undisclosed Desires, Uprising en Plug In Baby zijn ook los van de entourage indrukwekkend.

Hyperrealistisch

Tevens laat Bellamy geregeld horen een briljant vocalist te zijn. Zonder de muzikale aspecten slaagt Muse er eveneens moeiteloos in zijn verhaal te vertellen, hoewel dat zelden genuanceerd gebeurt. Muse schildert een sober, hyperrealistisch wereldbeeld vol machtsmisbruik, hebzucht en corruptie.

Zo is het dramatische toneelspel tijdens Animals een ondubbelzinnige aanklacht tegen het kapitalisme, met een zakenman die sterft onder het gewicht van zijn eigen inhaligheid. Later ligt hij met een zakenvrouw, die kort daarvoor nog door de lucht zweeft, opgebaard onder het podium.

Rutte

Subtiliteit komt in het woordenboek van Bellamy en consorten niet voor, zoveel is duidelijk. Tijdens Panic Station wordt een wereldkaart als dansvloer gebruikt door cartoonversies van diverse wereldleiders, waaronder Poetin, Obama en Merkel. Ook een geanimeerde Mark Rutte danst vrolijk mee op het nummer.

Muse verkondigt met veel zinnenprikkelend spektakel geheel onverbloemd zijn boodschap, zonder daarbij aan het feit voorbij te gaan dat het een popconcert betreft. Enkel U2, Madonna, Rammstein en Roger Waters kunnen een show van deze omvang overtreffen.