Frontman Matthew Bellamy van Muse vindt het moeilijk om op de immense hoeveelheid techniek in hun liveshows te vertrouwen. "Ik moet accepteren dat het nooit helemaal kan", zegt hij tegen NU.nl.

De Engelse stadionrockband staat bekend om immense concerten vol technische hoogstandjes. Als het aan Bellamy ligt, komt daar op 4 juni in de Amsterdam Arena enigszins verandering in.

"Tijdens onze vorige tournees waren we zeer afhankelijk van techniek en of alles wel werkte", bekent de zanger.

"Maar je kunt nooit helemaal op de techniek vertrouwen. Ik moet natuurlijk accepteren dat er altijd technische problemen zullen zijn, we hebben ook al veel gekke dingen meegemaakt. Maar we gaan wel proberen deze zomer zo min mogelijk afhankelijk te zijn van techniek."

Vertrouwen

"Tijdens de komende stadiontournee willen we meer op onszelf en op het publiek gaan vertrouwen." De stadionshow van Muse is ook deze zomer kolossaal van opzet, maar de voorman ziet er vooral naar uit om zijn Nederlandse fans in de ogen te kijken. "Ook die persoon op de laatste rij in zo'n stadion, want daar doe ik net even extra mijn best voor."

"Als ik op het podium sta, ga ik op in het moment. Optreden is heel puur, je werkt met al je instincten. Wat er voor je ogen gebeurt, daar denk je aan. Er is weinig ruimte om ook maar aan iets anders te denken. Het lijkt wel een beetje op sport, daarom is het ook zo verslavend."

Lichten

"Dat gevoel gaan we in de Amsterdam Arena toepassen. Misschien spelen we wel een nummer met alle lichten uit", twijfelt Bellamy, die momenteel met zijn band in de VS op tournee is. "De spaarzame keren dat we dit jaar in veel kleinere zaaltjes optraden, hebben invloed op de komende shows in stadions."

"We gaan meer ons best doen om in de buurt van het publiek te komen", belooft hij. "Je vergeet snel hoeveel plezier een concert kan geven zonder al die techniek, vind ik. De hele band geniet van het spelen in kleinere zalen waar er soms zelfs helemaal geen productie aan te pas komt. Dat willen we in de toekomst meer gaan doen."