AMSTERDAM - Met een platencontract in Australië op zak en een aantal belangrijke festivaloptredens en lovende cd-recensies, ontbrak er eigenlijk nog maar één ding op het verlanglijstje van DeWolff. een film. Die is er nu.

Afgelopen donderdag ging de documentaire DeWolff tijdens het Play-festival in de Amsterdamse Melkweg in première. Twee jaar lang werd de van oorsprong Limburgse band gevolgd tijdens diens meest belangrijke momenten tot nu toe. De film begint met het optreden tijdens Pinkpop en volgt de band richting Lowlands en Sziget.

Het is niet alleen het verhaal van het onwaarschijnlijke succes, maar ook een ode aan vriendschap. En over drie jonge knapen die nog de hele wereld en een heel leven voor zich hebben. "We wilden zo eerlijk mogelijk zijn", zegt Pablo van de Poel, gitarist en zanger van de groep. "Iedereen mag weten hoe ik ben, daar heb ik geen enkel probleem mee."

"Ik was alleen bang dat sommige mensen de typische bandhumor niet zouden begrijpen. Grappen waar alleen DeWolff om kan lachen. Maar het publiek moest harder lachen dan wijzelf." Het is echter niet alleen maar lang leve de lol wat de documentaire laat zien. De drie jongens zijn net de pubertijd ontgroeid en hangen tussen kind en volwassen zijn in.

Twijfelen

En dat brengt een hoop twijfel met zich mee. Bij Van de Poel lijkt die twijfel het hardst toe te slaan wanneer hij toegeeft moeilijk zonder zijn vriendinnetje te kunnen en in de supermarkt geen avondeten durft te kopen, omdat hij bang is dat zij het niet zal lusten. "Ik kan inderdaad enorm twijfelen", erkent hij.

"Maar als het op muziek aankomt ben ik juist heel zeker van mijn zaak. Ook op het podium ben ik helemaal verlost van alledaagse twijfel." Dat verklaart misschien ook waarom de band in een rap tempo platen uitbrengt. Volgend voorjaar ligt namelijk alweer een nieuw schijfje in de schappen. De meeste muziek is daarvan al opgenomen.

Werkwijze

"Ik begrijp niet waarom bands zo lang over het opnemen van een album doen", zegt hij smalend. "Neem nou zo'n band als Johan. Die hebben in hun dertienjarig bestaan slechts vier albums afgeleverd! Misschien ligt het wel aan onze werkwijze."

"De meeste bands gaan met veertig nummers de studio in, waarvan er dan twaalf blijken te werken. Wij hebben al snel door wanneer iets niet werkt en gaan veel compacter aan de slag."

Manager

De jongens worden in de film strak gehouden door hun manager Ron Engelen. Op een gegeven ogenblik zien we hem de groep vermanend toespreken nadat ze een week eerder een backstageruimte hadden vernield. DeWolff vindt echter dat het allemaal wel meevalt en zegt zelfs Ron niet nodig te hebben.

Een dag later aan het ontbijt ontstaat een hilarisch tafereel. Wanneer de ouders van Pablo en drummer Luka Van de Poel vragen hoe het nou precies zit met hun rock-‘n’-rollgedrag, vertelt Luka dat hij niemand aanwijst maar dat hijzelf in elk geval met niets heeft gegooid.

Snotapen

Maar DeWolff heeft Ron Engelen wel degelijk nodig. En dat laten ze uiteindelijk ook blijken. "De sfeer is wel ten goede verandert, hoor", zegt Pablo. "In het echt valt Ron wel mee, maar hij sprak ons toe alsof we een stelletje snotapen zijn."

Inmiddels is de band bezig met een heus boek met daarin alle teksten van DeWolff. "Er is veel vraag naar de teksten", zegt manager Engelen. "Verder staan er een aantal prachtige foto's in van het begin van de band tot nu. En als extra zit er een schijfje bij van het concert van Lowlands, met zowel beeld als audio."

Dromen

De documentaire over DeWolff gaat dus over muziek, volwassen worden, vriendschap en dromen. De jongste van de band, Luka, droomt ervan om uit Limburg te vertrekken en in Amsterdam te gaan wonen net als zijn broer. Pablo droomt van het oneindige en de ontelbare dimensies in het heelal.

Toetsenist Robin Piso droomt over een meisje dat net als de vriendin van Pablo altijd bij hem kan blijven. Maar ze dromen vooral over muziek maken en om die aan zoveel mogelijk mensen te laten horen. "Oh ja, en er zit ook een extra laag in de film dat kan leiden tot extreem communisme", zegt Pablo geheimzinnig.


De film is nog tot en met 26 november te zien tijdens het IDFA-festival in Amsterdam.