AMSTERDAM – Wereldberoemd in Engeland, maar in Europa vooral nog de vaandeldragers van de pubrock. Met Velociraptor! wil Kasabian voor eens en voor altijd duidelijk maken dat er nog maar één band de baas is.

"Wij gaan gitaarmuziek weer groot maken."

Zelfvertrouwen genoeg in ieder geval, dat is duidelijk. De Britse band is alweer toe aan album nummer vier en heeft meer dan ooit tevoren de pijlen gericht op Europa en Amerika. “In Engeland zijn we eraan gewend om in arena’s te spelen en om festivals af te sluiten”, aldus zanger Tom Meighan, terwijl hij aan zijn zoveelste gin nipt.

"Nu moet dat ook in Europa gebeuren en daar gaat deze plaat voor zorgen", vervolgt hij. "We roepen altijd dat de velociraptor de enige dinosaurus is die de t-rex kan verslaan. De t-rex is in dit geval geen andere band, maar andere werelddelen. We gaan met deze plaat als groep de wereld veroveren."

"Als ik zelf een band had, zou die The Velociraptors heten", vertelt Meighan, die daarmee onbewust de vinger op de zere plek legt. Kasabian is namelijk niet zijn band, maar die van Sergio Pizzorno. Die schrijft sinds jaar en dag de teksten en muziek. Niet Meighan.

Natuurlijk

Na het vooral psychedelische West Ryder Pauper Lunatic Asylum kiest Pizzorno, en daarmee Kasabian, voor een iets duidelijkere aanpak. De belangrijkste muzikant van de band kreeg voor deze plaat een kind en daar komt ook de nodige nostalgie bij kijken. "Natuurlijk is Serge de schrijver", vertelt Meighan.

De zanger heeft een aandachtsspanning van een tienjarig kind heeft en reageert meer op steekworden dan op vragen. "Maar Kasabian is al heel lang een band en hechte groep. We kennen elkaar al sinds onze tienerjaren. Daar gaat Let’s Roll Like We Just To over bijvoorbeeld."

Trekpop

"Op zo’n moment hoeven we dus niet eens over de teksten te praten. Ik weet waar het over gaat. Wij vieren, als kids al zwervend over het kerkhof. Dat is een beeld dat ik nooit zal loslaten. Natuurlijk meen ik het dan wat ik zing, ik ben geen trekpop."

Het voornaamste doel van Velociraptor! is volgens de bandleden het wederom populair maken van gitaarmuziek. Meighan: "We gaan gitaarmuziek terug de radio opbrengen en het goed doen ook. Er is geen echte gitaarmuziek meer. Het is een grote middenmoot. Gitaarmuziek moet weer groot worden."

Geld

"Het probleem is dat er nu geen geld in muziek zit. Er zijn veel te veel slaapkamerprojecten. Iedereen kan een lo-fi-album maken of een dubstepplaat. Een rockband moet een studio huren et cetera, dat kost veel geld. Dat hebben de jonge kids in Engeland niet", vult bassist Chris Edwards aan.



"Popmuziek heeft de macht op het moment. Of dubstep, wat gewoon vertraagde rave is. Eigenlijk is het gewoon toeval dat gitaarmuziek weer groot wordt. We zijn de studio ingedoken en kwamen terug met een album waar alleen maar hits op staan."

Rommel

"Vroeger was het of Beatles of Stones, maar wat is het nu? Iedereen vindt dezelfde rommel leuk. Het is een grote massa geworden. Daar moet verandering in komen, vinden wij", vervolgt Meighan, die overduidelijk geen fan is van de Example’s en Skrillex’s van deze wereld.

Alsof die aversie tegen de moderne muziek nog niet genoeg is, komt er ook nog eens een rapper van een wel erg oude rot opdraven bij de single van Days Are Forgotten. LL Cool J is de naam. "Als hij mij van te voren gebeld had, had ik hem waarschijn uitgelachen", zegt Meighan.

Pionier

"Hij stuurde gewoon ons nummer op met zijn verse erin geplakt. Dat klonk nog vet ook. Natuurlijk is hij totaal niet relevant meer en is hij zeker geen Jay-Z of fucking Kanye West, maar het is wel een pionier."

“Ik luister liever naar dingen als Nas en NWA, maar LL Cool J heeft dit heel cool gedaan”, vindt Meighan. “Er staan meer echte liedjes op dit album”, concludeert Edwards. “Veel nummers kunnen zo op de radio. We zijn altijd een band geweest die van alles en nog wat doet.”

Lollyfabriek

"We pakken wat Chemical Brothers, wat Rage Against The Machine en ga zo maar door. We hebben zoveel verschillende smaken dat we verdomme een lollyfabriek moeten beginnen."

De laatste niet al te bescheiden conclusie van Meighan laat weinig te raden over. "Nu, met Velociraptor!, zijn we op een punt beland waarop we alles kunnen doen en het allemaal weergaloos klinkt. Gewoon recht-in-je-gezicht-rock. Pow! Het is beangstigend gewoon."