AMSTERDAM – Nadat The Kooks in 2008 al een bassist met drugsproblemen zagen vertrekken, dreigde het cocaïnegebruik van zanger Luke Pritchard voor nog meer onrust te zorgen. Dat en meer vertelt de frontman zelf in een interview met NU.nl.

Hij lacht veel, de zanger van de band op wie elk indiemeisje in 2006 verliefd werd. Je kunt ze ook geen ongelijk geven, Pritchard heeft een zeker charisma waar je zelfs als man niet omheen kunt.

Maar afgaande op de verhalen rond vertrokken bandleden en problemen met producers, moet hij het een tijdje moeilijk gehad hebben. “Het universum keerde zich tegen The Kooks. Zo voelde het in ieder geval.”

“Uiteindelijk valt het allemaal wel mee. Het heeft drie jaar geduurd voor we met Junk Of The Heart kwamen. Dat is niet buitensporig lang. We zochten en sloegen een paar verkeerde paden in. Dat is nu opgelost.”

Drugsverslaving

Een criticus zou kunnen stellen dat de muziek van The Kooks af en toe te braaf is, maar buiten de muziek om is er altijd genoeg te doen rondom het viertal. Zo vertrok Max Rafferty uit de band met een drugsverslaving en schopte Pritchard ooit Alex Turner van Arctic Monkeys in zijn gezicht.

Pritchard: “Het klinkt zo nep om te roepen dat je opging in de rock-‘n’-roll-lifestyle die bij een band komt kijken. Maar we zijn flink afgegleden ja. Op een gegeven moment begon het de muziek in de weg te zitten.”

Beginstadium

“Na een paar wijzigingen in de band moesten we creatief weer op een plaats komen waar het werkte.”, vervolgt de zanger. Hij doelt hiermee op het beginstadium van wat uiteindelijk Junk Of The Heart zou worden. Het ging op zijn zachtst gezegd niet van harte.

Zo belandde de groep, hopeloos op zoek naar vernieuwing, bij producer Jim Abiss in New York, om na zes opgenomen liedjes tot de conclusie te komen dat het toch niet werkte. Gelukkig kwam de uiteindelijke redding snel naar boven drijven in de vorm van twee oudgedienden: Tony Hoffer en Paul Garred.

Slim

Garred zat tot een jaar geleden nog in The Kooks, maar vertrok vanwege een blessure. Pritchard zocht hem op en vroeg of ze niet even konden jammen. Voor ze het goed en wel doorhadden kwam het ene na het andere nieuwe nummer te voorschijn. “Het was zeker slim om hem op te zoeken, ja.”

“Uiteindelijk heeft hij gewoon weer op het hele album meegedaan. Live wordt het vooralsnog niets, jammer genoeg. Paul voelt zich nog niet helemaal op zijn gemak en durft het nog niet aan. Dat respecteren wij natuurlijk.”

Flair

Hoffer produceerde ook de eerste twee platen van The Kooks, maar deze keer was er een wezenlijk verschil. “Het voelde alsof The Kooks een extra bandlid had met Tony. Hij is een soort Brian Eno voor ons en hij zorgde ervoor dat de flair terug in de band kwam.”

“We hadden iemand nodig die ons stuurde; een echte leider. Tony is heel direct en sterk en daarmee de ideale producer. Als band wilden we iets anders, maar wat precies was onduidelijk. We waren vooral zoekende. Tony had de route.”

Anti-refrein

Naast een oude producer met een nieuwe formule, veranderde er ook het een en ander aan Prichards manier van schrijven. Hij wilt meer diepgang en experimenteert ook als songschrijver. “Een nummer als Runaway had eerder nooit gekund. Het idee van een anti-refrein is zo niet The Kooks.”

“We hebben veel met elkaar gepraat over de teksten. Het was zeker de bedoeling om dieper te gaan op dit album. Daar hoorde ook een andere werkfilosofie bij. Tot laat in de studio zitten in plaats van de kroeg.”

Cocaïne

Toch was de switch van kroeg naar studio niet de meest essentiële voor Junk Of The Heart. “Your nose is itching and you’re so slow”, zingt Pritchard op Mr. Nice Guy. Het nummer gaat over cocaïne, een drug die hij iets te vaak zijn neus in liet glijden.

“Mijn beste idee van de afgelopen tijd: stoppen met coke. Dat heeft heel erg geholpen met het schrijfproces. Coke is een waardeloze drug en tovert je om in een egocentrische klootzak. Daarnaast is het dodelijk voor je creativiteit.”

Stapels

“Pff, stapels coke, ja”, verzucht bassist Peter Denton, die tot dusverre niet op een interessante uitspraak was te betrappen. De uitspraak komt hem meteen op een boze blik van zijn frontman te staan, al geeft hij hem uiteindelijk gelijk.

“Het is goed om duidelijkheid te verschaffen. Coke was niet goed voor mij en daarmee ook niet voor de rest van de band. Het werd een issue en ging dus in de weg van de muziek zitten. Er zijn misschien een handvol mensen die het redden, maar als je geen Keith Richards heet, kom je er meestal niet mee weg.”