AMSTERDAM – De Canadese band Arcade Fire is er zo eentje waarvan je op je klompen aanvoelt dat het heel groot gaat worden. In de HMH spreidt Arcade Fire maandagavond zijn megalomane ambities ten toon.

Nu is Arcade Fire natuurlijk al een band van formaat, maar de kans is aanwezig dat de Canadezen bij een volgende tour de HMH als te klein beschouwen. Dat straalt Arcade Fire op alle mogelijke fronten uit. Niks is nietig of intiem; het is anderhalf uur bijna non-stop volgas vooruit. De vraag is meer of er in Nederland ruimte is voor nog een stadionact.

Het moge duidelijk zijn waar de ambities van Win Butler en zijn muziekvrienden en -vriendinnen liggen. Maar dat kan ook bijna niet anders wanneer U2 en Bruce Springsteen je fans zijn. En Dinand Woesthoff van Kane, die Arcade Fire uitroept tot “beste band ter wereld”. Arcade Fire heeft de grote stadions in zijn vizier en past zijn uitvoeringen daarop aan.

Met nummers als Ready To Start, Rococo en Month Of May slaagt Arcade Fire erin van begin tot eind een lange spanningsboog te bouwen. De ene keer is die meer voelbaar dan de andere en heel, heel soms misschien een beetje geforceerd, maar de heren en dames gaan onverminderd hard door.

Nuance

Wellicht is nuance het enige dat het optreden van Arcade Fire mist. Plus fatsoenlijk geluid, want met name in het begin is dat redelijk erbarmelijk. De opbouw van de set is sterk, hoewel de boog voor de volle duur van de show strak gespannen staat.

Niet dat dit ook maar een moment verveelt, maar het lijkt alsof Arcade Fire continu probeert om boven zichzelf uit te stijgen. Dat lukt de Canadezen zonder meer, ze zouden er alleen niet zoveel moeite in moeten stoppen.

Bono

Zo beveelt Butler het publiek in de achterste rijen te gaan staan, zodat de band - naar eigen zeggen - zijn "energie kan delen". De Bono in spé krijgt het zowaar, heel even, voor elkaar. Het is echter onnodig. Arcade Fire bestaat niet bij de gratie van een hossende menigte (die overigens later deze avond nauwelijks te bekennen is).

De show is daarentegen enerverend. Alle bandleden rouleren qua instrumentarium, met af en toe Régine Chassagne op zang. Butler blijft de spin in het web, die steeds aan de touwtjes trekt om de bende in het gareel te houden.

Schouwspel

Op de achtergrond zijn mooie visuals en oude filmbeelden te zien. Het versterkt de sfeer, al is het vanwege de drukte op het podium schier onmogelijk om je ogen af te wenden van Arcade Fire zelf. Een schouwspel op zich, kleurrijk en wild.

In het prachtige Wake Up vindt het concert zijn climax. Hier is anderhalf uur naartoe gewerkt. Dit is de ontlading na een optreden vol overgave. Misschien is het wel allemaal wat veel van het goede, maar goed is het zeker. Dus waarom kapot analyseren?

Arcade Fire in HMH