AMSTERDAM - Met de aanschaf van een Hammond-orgel begon Boudewijn Bonebakker van rockband Gingerpig, drie jaar geleden aan een nieuw avontuur. “Rond m’n dertigste was ik lawaaimoe”, aldus de ex-gitarist van deathmetalband Gorefest.

Bonebakker (43) voegde zich begin jaren negentig bij Gorefest, dat in 1988 werd opgericht en in 1991 debuteerde met het album Mindloss. De band maakte in totaal zeven studioplaten. In 2009 hield Gorefest het voor gezien en richtte Bonebakker zich op zijn eigen project Gingerpig.

Dat is inmiddels uitgegroeid tot een serieuze band. Eind april verscheen het debuutalbum The Ways Of The Gingerpig op het Suburban-label. “Ik ben al van jongs af aan verliefd op dat geluid”, vertelt Bonebakker enthousiast over zijn Hammond-orgel.

“Die organische klanken, dat korrelige, vind ik heel mooi. Ik had al snel door dat ik, als ik deze muziek wilde maken, zelf zo’n ding moest hebben en de band daar een beetje omheen moest vormen.”

In Gingerpig laat Bonebakker het bespelen van het Hammond-orgel over aan Jarno van Es. Zelf speelt hij gitaar en neemt hij de zang voor zijn rekening. Dat laatste was nog niet gemakkelijk. “Ik had de techniek die je bij soulzangers van vroeger veel hoort voor ogen: als je noten niet haalt, schreeuw je ze."

"Rauwe uithalen. Ik moet zeggen dat ik daarin ben gegroeid. Ik vind mezelf al iets beter om aan te horen dan tijdens de plaatopnames.”

Gebeuk

Nadat Gorefest in 1998 voor de eerste keer uiteenviel, ging hij fulltime klassieke gitaar studeren aan het Conservatorium in Tilburg. “Dat rüchsichtlose gebeuk, wat natuurlijk ook voor een heel groot deel van mezelf kwam, vermoeide me”, vertelt hij over die periode.

“Die geluidsdruk trok ik gewoon niet meer. Ik ben langzaam de klassieke muziek ingerold.” De geboren Zeeuw speelde tijdens zijn eindexamenoptreden onder andere een trio van Vivaldi en een suite van Bach. Het contrast met Gorefest kan bijna niet groter en ook Gingerpig is van een totaal andere orde.

Voor Bonebakker, die met Gorefest geregeld voor zes à zevenhonderd man stond, is het wennen dat hij weer onderaan moet beginnen. “Ik moet niet verwachten dat alle deuren opengaan”, erkent hij. “Dat vind ik moeilijk om te accepteren.”