AMSTERDAM - Liedjesschrijver en zangeres Jenn Wasner van de Amerikaanse folkrockband Wye Oak werkt bij voorkeur alleen. “Ik probeer minder perfectionistisch te zijn”, erkent ze.

De nummers op het derde studioalbum Civilian komen wederom uit haar koker, maar voor het eerst liet ze ook anderen toe tijdens het schrijfproces. Wye Oak uit Baltimore, Maryland heeft naast Wasner één ander bandlid: multi-instrumentalist Andy Stack.

De band vernoemde zich naar de oudste en grootste witte eik van Amerika die in 2002 op - naar men zegt - 460-jarige leeftijd omver geblazen werd door een hevige storm. Het op 7 maart te verschijnen Civilian is na If Children (2008) en The Knot (2009) het derde studioalbum van het tweetal.

Tevens is dit de eerste keer dat Wye Oak nauw samenwerkte met een producer, John Congleton. “Om het album in het laatste stadium aan iemand over te dragen voelde als een sprong in het diepe”, aldus Wasner.



“Gelukkig heeft het zich uitbetaald; het is een beter klinkende plaat geworden dan wijzelf ooit hadden kunnen maken.” Het is Wasner zelf die aan de basis van het materiaal staat. “Ik ben een perfectionist”, geeft ze toe.

“Dingen moeten af zijn voordat ik ze met iemand deel. Die gewoonte wil ik doorbreken. Anderen toestaan om deel te nemen aan het proces is een belangrijke voorwaarde voor groei.”

Trots

Nu het publiek op het punt staat kennis te maken met Civilian, is de vraag gerechtvaardigd of Wye Oak zich zorgen maakt over wat men van het album gaat vinden. Wasner zegt hoe dan ook trots te zijn, of het nu een succes wordt of niet.

“Het mooie aan dit vak is dat andere mensen zich kunnen herkennen in iets wat jij gemaakt hebt. Dat schept een hele speciale, bijna magische band. Tegelijkertijd moet je beseffen dat je je eigenwaarde niet kunt baseren op andermans mening.”

Trouw

Over hoe de wisselwerking tussen artiest en publiek werkt heeft Wasner zo haar ideeën. “Als je trouw aan jezelf blijft en eerlijk bent,” zegt ze, “dan kun je mensen raken."

"Hoewel mijn liedjes op persoonlijke emoties gebaseerd zijn, denk ik dat die gevoelens universeel genoeg zijn om ook door anderen herkend te worden. In essentie verschillen mensen namelijk niet zoveel van elkaar.”