AMSTERDAM - De Amerikaanse folkband The Low Anthem nam voor het vierde studioalbum Smart Flesh zijn intrek in een voormalige pastasausfabriek in Central Falls, Rhode Island. “Het is een plaat over geobsedeerde mensen”, zegt zanger Ben Knox Miller.

De eerste twee platen van The Low Anthem werden in eigen beheer uitgebracht. De band brak in het alternatieve circuit door met de daaropvolgende langspeler Oh My God, Charlie Darwin. Het opnemen op een plek met een eigen geluid is altijd erg belangrijk geweest voor The Low Anthem.

Werd het debuutalbum nog vastgelegd in een verlaten vakantieoord, Smart Flesh kwam tot stand in een fabrieksgebouw in Central Falls, iets ten noorden van de voormalige industriestad Providence.

“We gaan altijd op zoek naar een geïsoleerde ruimte die zijn eigen taal en tempo ontwikkelt”, vertelt Miller. “De pastasausfabriek werd een kunstcommune. Filmmakers, fotografen en schilders kwamen langs vanwege het prachtige licht en de hoeveelheid ruimte."

"Er ontstond een kleine samenleving, met een woon- en werkgedeelte en zelfs een tennisbaan." Bassist Jeff Prystowsky vult aan: "Overal stonden banken en lagen koptelefoons. Iedereen kon voor zichzelf werken en tegelijkertijd met ons meeluisteren.”

Schamen

Het geven van commentaar werd aangemoedigd, maar gebeurde in de praktijk weinig. Miller: “De meeste mensen hielden zich met hun eigen werk bezig, maar sommigen schaamden zich er niet voor om hun mening te geven.”

Smart Flesh is volgens Miller “een album over geobsedeerde mensen”, maar gaat niet over de bandleden zelf. “Als je iets te direct benoemt, verliest het zijn kracht”, vindt hij. Pryskowsky is het daarmee eens. “De platen die we maken zijn geen uitlaatklep voor onze eigen denkbeelden.”