AMSTERDAM - Met zijn solodebuut De Onderbaas sluit de Amsterdamse rapper RBDJAN een tumultueuze periode in zijn leven af. Anno 2011 voert niet het schimmige straatleven, maar de muziek weer de boventoon.

“De tijd dringt gewoon”, zegt RBDJAN, geboren Arbi Hakopians. “Ik ben 26 en heb nog geen basis. Geen huis, niks. Het wordt tijd om palen te slaan. Het wordt tijd om mijn verantwoordelijkheid te nemen, als man, om voor mezelf te zorgen. Laat ik het zo zeggen: in dit wereldje moet je je straatmentaliteit gewoon buiten de deur kunnen houden. En dat is best wel moeilijk.”

RBDJAN, van Armeense komaf maar geboren in Iran, maakte naam als rapper van de Amsterdamse formatie THC (Tuindorp Hustler Click).

Toen THC door vechtpartijen tijdens concerten een slechte naam begon te krijgen en steeds minder optrad, zocht Hakopians zijn heil op straat. “Ik had gewoon geld nodig, want als je geen geld hebt, kun je niet eten”, verklaart de rapper. “Het is moeilijk om weer twee stappen terug te zetten en gewoon te gaan werken. Mijn broer zat vast, niemand lette op me. De keuze was makkelijk gemaakt.”

Video

De keuze voor 'de straat' pakte verkeerd uit: Hakopians werd opgepakt, raakte zijn huis kwijt en moest noodgedwongen weer bij zijn moeder gaan wonen.

“Zij gaf me een tweede kans, maar toen ze drugs in m'n zak vond, gooide ze me meteen weer de straat op. Vervolgens ging ik naar m’n vader in Amsterdam-Noord. Ook hij vond drugs in m’n zak. Hij zei: ‘Of je gaat werk zoeken, of je gaat m’n huis uit.’ Ik was trots in die tijd, dus ik ging het huis uit. Ik leefde als een zwerver, was echt dakloos. Belde elke ochtend met mijn handdoekje aan bij de Hells Angels.”

Inmiddels heeft 'RB' zijn leven op de rit. Hij werkt vier dagen per week in een coffeeshop, als “legale dealer”. En het album dat al in 2005 werd aangekondigd, De Onderbaas, is nu dan eindelijk een feit. Hakopians is vastberaden om van zijn solocarrière een succes te maken en zich in de muziek vast te bijten. Aan onderwerpen geen gebrek. “Mensen weten maar de helft van wat ik heb meegemaakt. Dat is ook mooi: ik kan nog zóveel vertellen.”