ROTTERDAM - Het Rotterdamse poppodium WATT is failliet gegaan door aanhoudende geluidsoverlast, een grote schuldenlast en een onduidelijke rol van de gemeente. Dat concludeert de Rekenkamer Rotterdam in een onderzoek naar de sluiting van het poppodium.

De gemeenteraad drong na het faillissement in juni van dit jaar aan op een onderzoek naar de gang van zaken, temeer omdat de gemeente veel geld had gestoken in de eerste duurzame dansclub ter wereld.

WATT was de opvolger van het bekende Nighttown aan de Kruiskade. Sinds 2008 had het nieuwe poppodium moeite de zaak financieel gezond te laten draaien.

Dat is ook wat de rekenkamer concludeert. ''Het pand voldeed niet als poppodium. Daardoor waren flinke investeringen nodig, vooral om de geluidsoverlast tegen te gaan. De aanhoudende geluidsoverlast was de doorslaggevende oorzaak voor het faillissement’’, stelt de rekenkamer.

Om die overlast aan te pakken was WATT van veel partijen afhankelijk. ''Die waren uiteindelijk niet in staat of bereid de noodzakelijke investeringen te doen.’’

Diffuus

De rekenkamer noemt de rol van de gemeente diffuus. Wel heeft het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad altijd voldoende informatie gegeven over WATT om er besluiten over te kunnen nemen.

''Die droegen echter wel bij aan de bestuurlijke complexiteit rond het podium. Er waren veel partijen met vaak tegengestelde belangen bij de zaak betrokken. Dit bemoeilijkte het maken van afspraken.’’

Expertise

De gemeente gaf formeel weliswaar alleen subsidie, maar ging zich ook bemoeien met andere zaken. Ze stelde expertise beschikbaar, was partij bij onderhandelingen over de doorstart en nam herhaaldelijk een bemiddelende rol op zich.

Via leningen en subsidies is vanaf de start door de stad 3,5 miljoen euro in de zaak gepompt.

''Door de actieve rol van de gemeente, gingen de andere partijen er te veel vanuit dat de gemeente garant zou staan bij financiële problemen. Dit had invloed op hun beslissingen’’, aldus de rekenkamer.