AMSTERDAM – Balthazar bestond al vijf jaar toen in maart 2010 het debuutalbum Applausse uitkwam. De Belgische pop/rockgroep had die tijd nodig om een sound te ontwikkelen waar ze zich goed bij voelden.

 “Veel bands klinken als een aftreksel van bekendere groepen. Wij hebben hard gewerkt om iets eigens te maken.”

Balthazar had al vroeg succes: in 2005 – ze waren net 18 – wonnen Jinte Deprez en Maarten Devoldere samen met zangeres en violiste Patricia Vanneste de Nationale Kunstbende-wedstrijd voor jongeren. De publieksprijs op talentenjacht Humo's Rock Rally volgde een jaar later.

De groep, inmiddels aangevuld door bassist Simon Cassier en drummer Christoph Claeys, bracht vervolgens slechts enkele losse nummers uit; het debuutalbum kwam pas begin 2010, toen ze er zeker van waren dat ze een unieke sound hadden gevonden.

Die sound is het gevolg van de onconventionele werkwijze van de band, legt Devoldere uit: “Jinte speelt bijvoorbeeld gitaar, maar hij heeft niet veel van de gitaarlijnen op het album bedacht, dat hebben de andere bandleden meer gedaan."

"Hij heeft dan weer de vioolpartijen en de drumpartijen uitgewerkt, terwijl hij dat niet speelt. Op die manier zorgen we ervoor dat er geen plategetreden paden bewandeld worden.”

Puur

“Of we laten iemand gitaar spelen die nog nooit een gitaar in zijn handen heeft gehad,” vult Deprez aan, “die priegelt daar een beetje op en dat klinkt dan zo naïef dat het weer heel tof en heel puur is.”

De Vlaamse vrienden hopen dat ze met Balthazar nu ook succes kunnen hebben in het buitenland: “We hebben lang gewerkt om een internationale sound te maken, om ervoor te zorgen dat we niet klinken als het zoveelste Belgische bandje,” licht Devoldere toe.

Amerika

“Dan moet je ook ambitieus zijn. Ik wil niet zeggen dat we ervanuit gaan dat het gaat lukken, dat we Amerika gaan veroveren, verre van. Maar ik vind wel dat we, nu we nog jong zijn, het moeten proberen.”

Dat het buitenland veroveren niet iets is dat je zomaar even doet, weet ook Deprez: “Absynthe Minded hebben bijvoorbeeld vier jaar gewerkt om in Frankrijk voet aan de grond te krijgen en nu is het een klein beetje aan lukken. Als je dat hoort, heb je wel zoiets van: shit, je moet echt wel hard werken.”