AMSTERDAM – “We zijn al begonnen met het opnemen van het volgende album.” James Mercer, zanger/gitarist van The Shins, laat er geen gras over groeien.

Hij en Danger Mouse, samen Broken Bells, hebben nog maar net de release van het titelloze debuut achter de rug, en nu al hebben de twee het over een opvolger.

De samenwerking bevalt. Mercer: “Ik vond deze manier van werken – een idee vastleggen op het moment dat het ontstaat – erg prettig.”

Brian Burton alias Danger Mouse is bij het grote publiek bekend als de helft van hiphopduo Gnarls Barkley. Daarnaast produceerde hij albums voor onder andere Gorillaz en The Rapture. Burton (32) ontmoette Mercer (39) in 2004 op het Deense muziekfestival Roskilde.

Sindsdien onderhielden de twee Amerikanen contact, om in 2008 te starten met opnames in Burtons studio in Los Angeles. Dat deden ze in het geheim. De twee voelden niet de behoefte om hun samenwerking naar buiten toe kenbaar te maken.

Onwil

Pas eind september 2009 worden de releaseplannen van Broken Bells officieel bevestigd. De kiem van de samenwerking blijkt te liggen in de onwil van zowel Burton als Mercer om op de geijkte manier verder te gaan.

Mercer: "Ik werd afgeschrikt door het idee dat ik weer terug moest naar de tekentafel om uit te vinden hoe het volgende album zou gaan klinken. Ik wilde me daaraan ontworstelen en iets totaal anders doen.” Aan NME liet Mercer eerder al weten dat het werk met The Shins voor hem te “zwaar” aan het worden was.

Probleem

Burton liep tegen een vergelijkbaar probleem aan: hij verloor de wil om andermans platen te produceren. “Ik begon zelf veel materiaal te schrijven en instrumenten te bespelen. Ik wilde weer meer bij het schijfproces betrokken zijn, zoals dat bij Gnarls Barkley het geval was.”

Die wens resulteerde in een hele vrije werkwijze, waarbij Burton en Mercer intuïtief te werk gingen. “Het was een grappig proces”, vertelt Mercer. “Ik heb veel geneuriet, zoekend naar nieuwe melodieën. Zodra we dan op iets cools stuitten, namen we het direct op.”

Project

In eerste instantie beschouwden Mercer en Burton de samenwerking als “een project”, maar daar kwam al snel verandering in. “Je begint je de songs toe te eigenen, je identificeert je met de songs. Bovendien zijn we trots op wat we gemaakt hebben.”

De volgens beide heren uitermate geslaagde plaat schreeuwt bijna om een voortzetting van de gedeelde krachtsinspanning. Die komt er dan ook zeker, aldus Mercer: “Het samenwerken in de studio is ons erg goed bevallen, dus als we tussen de bedrijven door tijd hebben, duiken we weer de studio in. Sterker nog, we zijn al begonnen met het opnemen van het volgende album.”