AMSTERDAM – Het solo-vierluik van Daniël Lohues is voltooid. Allennig IV representeert het laatste van de vier seizoenen, de herfst, en is voor de Drentse singer-songwriter een oogst van het voorgaande.

De cd van verhalenverteller Lohues is net als de eerste drie delen een fraai ‘dagboekje’ waarop hij op intelligente wijze zijn waarnemingen en gedachtespinsels deelt. “De nummers zijn als stukjes tijd die zijn stilgezet”, vertelt de zanger aan NU.nl

Na jarenlang met diverse bands op het podium te hebben gestaan, stapt Daniël Lohues (1971) in 2006 alleen het podium op. De grootste bekendheid kwam met de band Skik, waarmee Lohues tien jaar lang optrad en diverse hits –bijna allemaal gezongen in het Drents- scoorde waaronder ‘Op Fietse’.

Het soloproject Allennig (Drents voor ‘alleen’) is volgens Lohues vooral een zoektocht naar zichzelf geweest. “Ik heb de afgelopen jaren bijzonder veel geleerd."

Hoe verliep het schrijven van deze plaat?

“Ach, je moet een keer stoppen he. Ik blijf maar schrijven, op een gegeven moment had ik vijftig nummers. Sommige liedjes zie ik als een voorstudie, daar blijft alleen een stukje tekst of sound van over. Het gebeurt ook dat drie nummers uiteindelijk één liedje worden, dat ruimt dan alvast lekker op. Maar het blijft ‘kill your darlings’.”

Wat is daarvoor dan het criterium?

“Hard zijn. En kijken wat bij het verhaal past, want het moest geen album worden met losse nummers. Bovendien: de uiteindelijke veertien zijn gewoon lekker te spelen.”

Wat is het verhaal geworden?

“Het zijn er een paar door elkaar, gesitueerd op een herfstdag. Deze plaat was oogsten, en die oogst is dat wat ik heb geleerd. Ik weet nu hoe het is om het allemaal allennig te doen, hoe je zonder hele band toch dezelfde urgentie overbrengt. En hoe geweldig het theater is.

Terugkijkend naar de hele Allennig-reeks kan ik zeggen dat ik veel over mezelf heb geleerd. Soms zie ik op Allennig I dingen terug die me te toen bezig hielden en waarvan ik nu denk ‘daar ben ik wel klaar mee’. Dan denk ik: Lohues, daar zaten we toen pas.”

Zoals religie? Daar leek je op Allennig III eindelijk klaar mee.

Nou, Maria staat weer op de kast. Naast Franciscus, Antonius, Kermit de Kikker, Beethoven en Bach.

Ik was van het geloof gevallen om een heel goede reden, had namelijk de evolutietheorie eens goed bekeken. Maar zonder geloof leven is ook niet erg gezellig, ik heb een natuurlijke drang om ergens in te geloven. Waarin precies, daar ben ik nog niet helemaal uit, dus dat nummer komt nog.

Je vertelt in je liedjes vaak anekdotes, waargebeurd?

Vaak wel. 'Mecanicien in den vrumde’ bijvoorbeeld, is een waargebeurd verhaal over een Drent die  in een cel in Alabama belandt. Toen ik het hoorde werd ik er haast beroerd van en wilde ik het eerst maar laten liggen.

Maar toen dacht ik, troubadours hebben altijd verhalen doorverteld, ook heftige. En het stempel van troubadour plak ik graag op mezelf, ik trek langs de steden en vertel wat ik vind en wat ik heb gehoord.”

Wie is toch die ganzenkoning die op iedere plaat opduikt? Allennig IV eindigt met ‘Ganzenkonings Slaopliedtie’.

“Dat heeft met mij te maken en met ganzen, meer zeg ik er nog lekker niet over. Er komt nog een vervolgliedje op. Ik ben gek op ganzen en ganzen zijn gek op mij. Ik ga ’s nachts wel eens naar buiten om met ze praten, hun geluid is net muziek.”

Met de herfst is je jaar rond, wat nu?

“De data voor een theatertour volgend jaar staan al vast. Wat ik daar ga doen? Nog geen idee, maar het wordt wel leuk. Het theater is echt prachtig, alleen of met anderen.”

Is het een goede oogst geweest?

“De hele reeks is een zoektocht naar mezelf geweest. Ik leef met de contradictie van altijd weg willen en tegelijkertijd altijd maar zingen over Drenthe. Dat is een leegte die ik ervaar en die ik opvul met muziek.

Inmiddels heb ik geaccepteerd dat ik die balans in het leven waar iedereen het over heeft gewoon niet heb. Dat geeft ook niet, een muzikant moet reizen.”