AMSTERDAM - Een negenkoppige band, geen persoonsnamen maar nummers, geheimzinnige maskers, en vooral snoeiharde muziek vormen de Amerikaanse metalband Slipknot.

Ze bestaan sinds 1995 en hun laatste album All Hope Is Gone is onlangs uitgekomen en wereldwijd een groot succes. Een uitverkochte Heineken Music Hall in Amsterdam bevestigde vorige week de populariteit van Slipknot in Nederland.

Percussionist Chris Fehn, beter bekend als #3, is al bijna vanaf het begin lid. Maar bijna is niet goed genoeg. Het duurde jaren voor hij het felbegeerde nummer en de bijbehorende acceptatie van de overige bandleden kreeg.

Geaccepteerd

Tot voor kort dacht #3 er zelfs aan om te stoppen bij Slipknot omdat hij nooit werd geaccepteerd. "Pas sinds een maand heb ik een beetje het gevoel dat ik in de groep ben opgenomen. Ik dacht altijd dat Slipknot een keer voor mij ophield, maar ik heb mijn plek in de band nu wel veroverd. Ik ben #3 en er is niemand die kan doen wat ik kan. Nu ben ik een deel van de familie."

In de beginperiode, toen de band net begon met materiaal op te nemen, was de inbreng van Fehn niet welkom omdat hij nieuw was. "Het is moeilijk om iemand anders Slipknot uit die periode uit te leggen omdat ik mentaal werd misbruikt. Ik kreeg gewoon nooit liefde van de jongens", zegt #3.

Begrip

Ook wanneer hij praatte met een van de oprichters dan werd hij van het kastje naar de muur gestuurd. Maar begrip voor zijn situatie kwam er nooit. #3 herinnert zich een gesprek Paul Gray waarin hij vroeg of hij een nummer mocht zijn. "Het antwoord luidde: Ik weet het niet man, je krijgt nu nog geen nummer."