AMSTERDAM - Na het uiteenvallen van zijn band Test Icicles ging Devonte Hynes alleen verder onder de naam Lightspeed Champion.

Begin dit jaar konden we kennis maken met de eerste vrucht van zijn solocarriere: 'Falling of the Lavender Bridge', een plaat met melodieuze indiepop liedjes die door de inbreng van een viool een klassiek karakter hebben. In de kleine zaal in Paradiso begint Devonte Hynes te zingen: 'I'm a dick'. Wie de verlegen zanger met bontmuts en enorme bril ziet kan zich echter moeilijk voorstellen dat hij ooit iemand kwaad zou doen. Om zijn nerdy imago nog wat te bevestigen prijkt er een Star Wars sticker op zijn gitaar. Nee, een klootzak lijkt Hynes niet, eerder een aandoenlijke jongeman die met zijn verlegen voorkomen een hoog aaibaarheidsgehalte heeft.

Ironie

'All my songs are depressive', laat Lightspeed Champion zich aan de piano ontvallen. Uit zijn teksten valt op te maken dat de bebrilde Brit het inderdaad niet altijd makkelijk heeft.

Gelukkig bezingt hij zijn misère met een flinke dosis ironie, zodat hij nooit klagerig klinkt. Hynes' sfeervolle composities beschikken over een zelfde soort fijngevoeligheid en vernuft als bijvoorbeeld Loney Dear. En dat maakt zijn muziek uiterst genietbaar.

Klassiek

De andere bandleden mogen in het begin wat kleurloos en ongeïnteresseerd ogen, spelen kunnen ze. De op gitaargeënte nummers vervelen geen moment mede door de inbreng van de viool en de strakke ritmesectie. De vrouwelijk drummer speelt vastberaden en deelt rake klappen uit.

Gitaar en viool gaan een vreugdevolle dans met elkaar aan en na een klassiek intermezzo wordt moeiteloos overgeschakeld naar meer rockende stukken. Bovendien toont Lightspeed Champion met het nieuwe nummer 'Marlene' aan dat hij naast gevoelig ook dansbaar kan klinken.

Sympathiek

'Thanks for being so nice', besluit Hynes de show. Het publiek is inderdaad erg aardig geweest voor Lightspeed Champion, en hij voor het publiek. Met een rits sympathieke liedjes heeft hij van begin tot eind kunnen boeien.

De Engelsman en zijn band verdienen het dan ook absoluut om in de grote zaal te spelen. Maar misschien komt de muziek wel beter tot zijn recht in een wat intiemere omgeving.