De Amerikaanse band Queens Of The Stone Age lieten voor een uitverkocht Paradiso eens goed horen hoe een echte rockband hoort te klinken, hard, strak en vooral verrassend.

Bij het betreden van de zaal hingen posters met de mededeling dat er bij de kassa oordoppen te koop waren. Deze boodschap was zeer typerend voor de avond.

Bij een show van Queens Of The Stone Age is de muziek vooral hard en zijn rustpunten alleen maar in de nummers ingebouwd om de daaropvolgende gitaarriff alleen nog maar vetter te laten klinken.

Regie

Officieel bestaat de band uit drie leden, maar op het podium stond er vijf man, waarvan er soms drie tegelijkertijd een gitaar vasthielden. Ondanks dat dit een stevige muur van geluid opleverde, zorgde bandleider Josh Homme er altijd voor dat hij de regie strak in handen bleef houden.

Zijn belangrijkste hulp hierbij was drummer Joey Castillo. Vergeleken met hem is elke andere drummer maar een watje. Met zijn ontblote en zwaar getatoeëerde bovenlijf ziet hij er uit als iemand waarvoor je in het donker een straatje om zou lopen.

Gelukkig zet (de overigens zeer aardige) Castillo dit ruige imago vooral om in keiharde, rake klappen op zijn drumstel.

Drijvende kracht

Het is dan niet verwonderlijk dat Castillo de drijvende kracht is achter de liveshow van de band. Hij geeft namelijk het tempo aan waarbij de rest meer dan uitstekend aanvult.

Op het nieuwe album van de band is goed te horen dat de Queens hun geluid stevig hebben aangedikt met wat lagen electronica. Deze lompe sound voerde ook de boventoon in Amsterdam.

De setlist was een bonte verzameling van oude en nieuwe nummers, waarbij vrijwel ieder lied in een langere of aangepaste versie voorbij kwam.

Aankleding

Het gevolg was een spannende rockshow, waarbij geen moment voorspelbaar was. Het enige minpunt van de avond was de zeer lelijke aankleding van het podium, die bestond uit zes mislukte lantaarnpalen die leken alsof ze achter waren gelaten op de set van een goedkope en gedateerde science-fictionfilm.