'Amsterdam Fashion Week is een opstapje voor modecarrière'

De Amsterdam Fashion Week start donderdagavond officieel met de eerste catwalkshows. Waar de modeweken van Parijs, New York en Londen het vooral moeten hebben van de grote namen, profiteren jonge, startende ontwerpers van de mogelijkheden in Amsterdam.

"De Amsterdam Fashion Week is een mooi begin voor je carrière. Je moet het toch vooral zien als een startpunt voor de rest, een opstapje", aldus ontwerpster Alexandra Frida, die op 13 juli haar collectie in Amsterdam toont.

In gesprek met NU.nl vertellen jonge ontwerpers dat de Amsterdamse modeweek wellicht niet de grootste van de wereld is, maar wel heel belangrijk als platform voor starters.

"Het is een springplank voor landelijke bekendheid. Je krijgt de mogelijkheid te laten zien aan de pers en aan 'concullega's' wat jouw visie is. Het ontwerpen komt daardoor uit de hobbysfeer", vertelt Anne Bosman, die samen met Tom Renema het mannenlabel Futura heeft. De heren tonen vrijdag 10 juli hun collectie.

Beter geregeld

De modeweken van Parijs, New York en Londen krijgen wereldwijde aandacht, maar zeker in de pers lijkt de Amsterdamse modeweek achter te blijven. En dat terwijl de Amsterdam Fashion Week volgens de jonge ontwerpers alleen stijgt in niveau.

Ontwerpster Zyanya Keizer toont vrijdag voor de tweede keer op AFW. "Nu is alles beter geregeld. De modeweek wordt, in tegenstelling tot voorgaande jaren, een stuk groter. Het is veel meer een 'echte' modeshow geworden."

Jonathan Christopher Hofwegen prijst de samenwerkingen van de Amsterdam Fashion Week: doordat bedrijven als Mercedez Benz, L’Oreal en Vodafone de week bekostigen, kunnen ook jonge ontwerpers met weinig budget worden gevraagd.

"Ik ben al een keer gevraagd om mijn collectie te tonen op de New York Fashion Week", zegt Hofwegen. "Hartstikke leuk, maar de kosten waren daarvoor veel te hoog voor mij. Dan houdt het op. Die drempel ligt bij Amsterdam Fashion Week een stuk lager."

Weinig aandacht

Dat de Nederlandse modeweek nog steeds zo weinig aandacht krijgt, ligt volgens Bosman met name aan de mentaliteit van het publiek. Ontwerper Erik Franzel, van Franzel Amsterdam, sluit zich daarbij aan.

"De geijkte Nederlandse mode is meer geschikt voor een oudere doelgroep. De jeugd voelt zich niet aangesproken door de ontwerpen. Iets wat in Londen wel gebeurt."

Hoewel de jonge ontwerpers blij zijn dat ze mogen tonen op de Amsterdam Fashion Week, zien ze er naar uit dat ze Amsterdam mogen verlaten en in New York, Parijs en Milaan deel kunnen nemen. Of ze de Amsterdamse modeweek dan definitief verlaten, weten ze nog niet.

"Ik voel echt een band, Amsterdam blijft mijn thuisbasis", aldus Frida die in september voor de eerste keer in New York toont.

Geldkwestie

Hofwegen, die zijn collectie in Amsterdam zaterdag zal laten zien, denkt dat hij al op de internationalere modeshows had kunnen staan. Hij heeft echter een gebrek aan budget. "Het blijft een geldkwestie, dus ik blijf in Amsterdam."

Zyanya Keizer: "Als Amsterdam een hele goede show kan aanbieden, waarom zou ik het in de toekomst dan niet naast New York of Londen blijven doen?"

Bosman en zijn compagnon zijn voorzichtig. "Het is een gevoelskwestie, dat zouden we nu gewoon echt nog niet kunnen zeggen. Maar Parijs is de droom."

"Amsterdam zal ik nooit echt loslaten en daarom zit er ook altijd een Nederlands tintje in mijn ontwerpen", stelt Franzel. "Maar als je iets bij wil dragen aan de mode kun je beter Amsterdam aan Parijs laten zien, dan wachten tot Parijs naar Amsterdam komt."

Lees meer over:
Tip de redactie