De Amerikaanse opsporingsdienst FBI hoeft geen details openbaar te maken over de manier waarop de iPhone van een terrorist kon worden gekraakt.

Drie nieuwsmedia hadden de FBI aangeklaagd om te ontdekken welk bedrijf achter de iPhone-hack zat, maar die informatie mag geheim blijven, zo heeft een rechter geoordeeld. Dat meldt Cnet maandag.

De zaak draaide om de iPhone 5C van Rizwan Syed Farook, een van de twee schutters die in San Bernardino veertien mensen doodschoten. Toen de iPhone werd aangetroffen, wilde de FBI Apple ertoe dwingen om de beveiliging te kraken, maar het bedrijf weigerde dat. Volgens Apple zou daarmee de privacy van alle iPhone-gebruikers in gevaar komen.

Apple werd aangeklaagd door de FBI, maar voordat de rechter uitspraak kon doen bleek de opsporingsdienst al een andere oplossing te hebben gevonden. Via een niet genoemd cybersecuritybedrijf werd de iPhone 5C zonder Apples hulp gekraakt. Hoe dat precies kon en welk beveiligingslek daarvoor werd gebruikt is nooit duidelijk geworden.

Risico

Door de nieuwe uitspraak lijkt die informatie voorlopig ook geheim te blijven. Een federale rechter besloot dat details over de hack niet vallen onder het Amerikaanse equivalent van de Wet openbaarheid van bestuur, waarmee overheidsdocumenten kunnen worden opgevraagd.

Als de naam van het betrokken cybersecuritybedrijf wordt bekendgemaakt, zou dat volgens de rechter bovendien het risico op hacks bij dat bedrijf vergroten.

De iPhone 5C-hack is vermoedelijk niet toepasbaar op nieuwere modellen van de Apple-smartphone. Die zijn voorzien van een speciale chip, de zogenoemde Secure Enclave, die het ontgrendelingsproces beveiligt. De chip wordt door experts als zeer veilig geacht.