Wat bij grote bedrijven al gemeengoed is, dringt in het mkb maar mondjesmaat door: het actief bevorderen van de gezondheid van het personeel.

"En dat terwijl werknemers er wel om vragen", aldus Erno Kleijnenberg, bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar ONVZ.

Programma’s om obesitas tegen te gaan, om beter te leren slapen of om oudere werknemers vitaler te maken. Of elke zondag onder professionele begeleiding met collega’s rennen door het bos.

Allemaal manieren om werknemers gezonder en tevredener te maken. Voor personeel van grote bedrijven zijn zulke 'leefstijlprogramma’s’ niks nieuws, maar in het mkb gebeurt het nog maar sporadisch. Te weinig in ieder geval, zo menen ONVZ Zorgverzekeraar en ook MKB-Nederland.

Onderzoek

Uit onderzoek dat deze twee organisaties door onderzoeksbureau Panteia bij 340 ondernemingen lieten uitvoeren, blijkt dat veel mkb-werkgevers denken dat bemoeienis met de gezondheid van het personeel wordt ervaren als bemoeizucht.

Wat de werknemer doet, is een zaak van de werknemer. Toch blijkt dat niet helemaal te kloppen, als je het tenminste aan die werknemer vraagt.

Vragen

"Werknemers zien zulke programma’s best wel zitten, maar zij durven het de baas vaak niet te vragen", aldus de bestuursvoorzitter van de Houtense zorgverzekeraar.

ONVZ heeft nu ongeveer een jaar of drie vitaliteitsprogramma’s voor ondernemers. De laatste tijd zet de verzekeraar er steviger op in. "En nu boeken we er ook succes mee."

"Wij merken dat we bij werkgevers met ons verhaal regelmatig een barrière over moeten. Zij zijn vaak heel terughoudend. Maar als je ze kan laten zien wat het oplevert, hoe het werkt en hoe het precies met kosten zit, dan draaien veel ondernemers wel bij. En van de ondernemers die dit met ons doen krijgen we bijna alleen positieve reacties", zegt Kleijnenberg.

Zouden verzekeraars zich niet het best met hun kerntaak bezig kunnen houden, zorgdeclaraties afhandelen?

"Nee, wij zijn echt niet meer alleen meer de zorgverzekeraar die de rekeningen vergoedt. We komen meer in een rol waarbij we werkgevers helpen werknemers vitaal te houden. Wij kunnen bij werkgevers zien of hun werknemersbestand gezond is en of ze er genoeg aan doen om daar voor te zorgen."

"Natuurlijk blijft onze klassieke rol als zorgbemiddelaar belangrijk. Als wij kunnen zorgen dat iemand die zijn been breekt binnen een dag geholpen kan worden, dan profiteren daar werkgever en werknemer van. Maar we kunnen ook nieuwe, preventieve diensten aanbieden."

"Daar komt bij: vanuit de politiek kom heel concreet de vraag of wij als zorgverzekeraars meer preventiever kunnen werken. Dit is ons antwoord op die vraag. Wij nemen onze maatschappelijke rol. En ten slotte: we moeten straks tot ons zeventigste werken. Dat kan alleen als je een beetje vitaal blijft."

Maar mkb’ers vinden dit soort zaken toch simpelweg niet bij hun core business horen? Ze hebben het de laatste jaren al moeilijk genoeg hun hoofd boven water te houden.

"Natuurlijk hebben veel werkgevers het nu moeilijk. Maar het is ook voor de lange termijn: straks trekt de economie weer aan en dan heb je gezonde werknemers nodig."

"Wij maken afspraken over hoe de kosten verdeeld worden. De werkgever betaalt een deel, wij ook en soms legt de werknemer iets bij. Er wordt ook gekeken naar het soort bedrijf en aan welke activiteit dat bedrijf behoefte heeft. Dan kunnen we een passende oplossing bieden."

"Kleinere bedrijven voor wie deze programma’s normaal echt niet zijn weggelegd, kunnen zich nu ook samen melden. Dat kan via een samenwerking die wij hebben met MKB-Nederland."

Maar kan je een bedrijf  uiteindelijk voorrekenen wat zo’n programma kost dan wel oplevert?

"Nee, er is niet direct een sluitende business case van te maken. In de zin dat je de kosten voor deze vitaliteitsprogramma’s rechtstreeks terugverdient door verminderde ziektekosten. Die zullen op termijn wel minder zijn, maar je kan dat niet zomaar berekenen."

"Je doet dit als ondernemer ook echt uit overtuiging. En moderne werkgevers kunnen eigenlijk hun werknemers ook niet meer aan hun lot over laten."

Maar zulke programma’s werken toch nauwelijks als verzekerden elk jaar weer een nieuwe verzekeraar kunnen kiezen?

"Daarom werken wij ook met collectieve contracten via de werkgever. Als wij dit soort dingen met de werkgever kunnen afspreken, raken zij enthousiast en zullen daarom langer bij ons blijven."

ONVZ wordt gerekend tot de 'kleine’ zorgverzekeraars na de grote vier: Achmea, Menzis, VGZ en CZ. Bij ONVZ zijn 435.000 mensen verzekerd, waarvan collectief 70 procent collectief via de werkgever.

De verzekeraar uit Houten zag het klantbestand vorig jaar groeien met 25.000 verzekerden en draait nu een jaarlijkse omzet van ongeveer een miljard euro. Volgens ONVZ is die groei mede te verklaren doordat, anders dan bij de meeste grote verzekeraars, ONVZ-verzekerden zelf bepalen naar welke arts en naar welk ziekenhuis ze gaan.

NUzakelijk doet als mediapartner uitgebreid verslag van de Week van de Ondernemer.