Zus van slachtoffer zwembadmoord: 'Onvoorstelbaar en onherstelbaar leed'
De zus van Jan Elzinga heeft dinsdag benadrukt hoeveel verdriet ze nog heeft door het verlies van haar broer. De veertigjarige man werd in 2012 doodgeschoten voor het lokale zwembad in Marum.
De dood van Elzinga staat centraal in de zaak die 'de zwembadmoord' is gaan heten. Dinsdag was de tweede dag in het hoger beroep bij het gerechtshof in Leeuwarden.
Els Elzinga vertelde dat de datum 10 juli 2012 nog altijd haar maag doet omdraaien. Ze herinnert zich de dag van de dood van Jan als een dag die begon als een zonnige dinsdagochtend, maar haar leven daarna volledig op zijn kop zette. "Je kan je niet voorstellen hoe het is als je broer op klaarlichte dag wordt doodgeschoten in je eigen dorp."
"Dat je op je werk het bericht krijgt dat je broer is vermoord en dat je een witte tent ziet staan als je bij het zwembad aankomt. En dat het Jan is die in de tent ligt", vervolgde ze. Volgens Els moet niet worden vergeten dat het in deze zaak draait om de dood van haar broer. Ze hekelde het feit dat de verdachten in deze zaak een slachtofferrol aannemen.
Die verdachten zijn Jans toenmalige partner Monique H., haar broer Marcel H. en hun moeder Coby van der L. Zij zijn in 2022 veroordeeld tot twintig jaar cel voor het aansturen van de moord. Zij ontkennen elke betrokkenheid bij de dood van Jan. "Wij zijn ook nabestaanden", zei Van der L. in een reactie op de slachtofferverklaring.
Ook medeverdachte wijst schoonfamilie aan als daders
De drie leden van de schoonfamilie werden dinsdag door het hof ondervraagd over onder andere berichten die zijn verstuurd in maart en april 2012. In die berichten wordt gesproken over het regelen van een vakantie, maar het OM vermoedt dat er versluierd wordt gesproken over het organiseren van de moord. Dat is onzin, beweerde de schoonfamilie. Volgens hen was het daadwerkelijk de bedoeling om weg te gaan, maar ging dat op het laatste moment niet door. Van een reservering was nog geen sprake.
Een vierde verdachte, Johan L., herhaalde dinsdag zijn voor de schoonfamilie belastende verklaring. L. zegt dat hij in 2012 door Marcel H. is benaderd met de vraag of hij een wapen kon leveren. Dat zou hij nodig hebben gehad omdat hij bang was voor Jan. Later zou Marcel H. aan L. hebben gevraagd of hij Jan niet wilde omleggen voor 35.000 euro. "Heb je een gaatje in je hoofd?", herhaalde L. zijn reactie van destijds.
L. wilde er naar eigen zeggen niets van weten, maar sprak wel met Willem P. over Marcel H.'s vermeende voorstel. P. had wel interesse en heeft de moord uiteindelijk laten uitvoeren. P. gaf dit in 2016 toe en werd kroongetuige.
Wat het Openbaar Ministerie van dit alles denkt, wordt woensdag duidelijk als het requisitoir wordt uitgesproken. Donderdag is het de beurt aan de advocaten.

