Officier zwembadmoord wist niet van leugens kroongetuige: 'Voel me belazerd'
Een bij 'de zwembadmoord van Marum' betrokken officier van justitie voelt zich belazerd. Hij wist naar eigen zeggen niet dat de kroongetuige in de zaak had gelogen. Zijn onderzoeksteam had hem onvoldoende voorgelicht.
De betreffende officier werd maandag als getuige gehoord op de eerste zittingsdag van het hoger beroep dat draait om de moord op Jan Elzinga. De man werd in juli 2012 op veertigjarige leeftijd doodgeschoten voor een zwembad in het Groningse Marum.
Voor de moord staan in hoger beroep vier verdachten terecht. Het gaat om Johan L., die het wapen zou hebben geleverd, en drie leden van Jans schoonfamilie: Jans toenmalige vriendin Monique H., haar broer Marcel H. en hun moeder Coby van der L. Zij werden door de rechtbank veroordeeld tot gevangenisstraffen van zeven tot twintig jaar voor betrokkenheid bij de moord. Het motief is nooit helemaal duidelijk geworden.
De verdachten werden veroordeeld ondanks dat duidelijk was geworden dat kroongetuige Willem P. bewijs had vervalst. Volgens de rechtbank was een deel van de verklaringen van P. inderdaad verzonnen. Het deel van P.'s verklaringen dat Jans schoonfamilie opdracht had gegeven voor de moord, werd wél geloofwaardig gevonden. En dat deel werd ook ondersteund door ander bewijs.
De verdediging denkt dat de politie bewust informatie heeft achtergehouden waaruit bleek dat de kroongetuige loog. Die leugens gaan over een reeks sms-berichten, waarvan P. beweerde dat ze zijn verstuurd door Marcel H. De advocaten kwamen er pas achter dat die berichten waren vervalst, toen ze alle informatie opvroegen over de telefoon waarmee de berichten waren verstuurd.
Officier ontkent informatie te hebben achtergehouden
Die informatie was dus al in handen van de politie, maar werd niet gedeeld in een proces-verbaal van bevindingen met de officier van justitie die maandag werd gehoord. In dat proces-verbaal stond dat de berichten, die achteraf dus vervalst bleken, bruikbaar waren voor het bewijs.
En daar baalt de officier van justitie stevig van, zo verklaarde hij in het gerechtshof van Leeuwarden. "Ik moet ervan uit kunnen gaan dat wat het onderzoeksteam met mij deelt, correct is", zei de officier. "Laat het duidelijk zijn: op basis van de informatie die ik wél had, was de kroongetuige een betrouwbare getuige. Daarom is er uiteindelijk in 2020 een overeenkomst met hem gesloten."
Dat de officier door de rechtbank het verwijt is gemaakt dat hij de rechter-commissaris, die de overeenkomst met de kroongetuige heeft getoetst, onvolledig heeft voorgelicht, raakt hem. "Ik heb niks achtergehouden en had geen weet van het manipuleren van de berichten. Ik heb naar eer en geweten gehandeld."
Het liegen van de kroongetuige kan een reden zijn om de overeenkomst tussen hem en het Openbaar Ministerie te verbreken. Waarom daar niet voor gekozen is, weet de officier niet meer. "De eindbeslissing daarvoor lag bij de hoofdofficier", legde hij uit. De kroongetuige werd wel gewaarschuwd dat als nog zoiets aan het licht zou komen, de deal ontbonden zou worden.
P. werd in 2014 veroordeeld tot negentien jaar en zeven maanden cel voor zijn rol bij de moord op Jan. In ruil voor zijn verklaringen kwam hij na negen jaar vrij. De kroongetuige wordt later maandag zelf gehoord.


