Omstreden kroongetuige zwembadmoord loog mogelijk opnieuw onder ede
De omstreden kroongetuige in 'de zwembadmoord van Marum' heeft langer over het strafdossier kunnen beschikken dan hij heeft verklaard. De vraag is nu of Willem P. de belastende verklaringen over de schoonfamilie van slachtoffer Jan Elzinga uit eigen herinnering heeft geput óf uit het strafdossier.
Maandag start ook het hoger beroep tegen de verdachten die opdracht zouden hebben gegeven voor de moord op Jan Elzinga in het Groningse Marum. Het slachtoffer werd in juli 2012 op veertigjarige leeftijd doodgeschoten voor het lokale zwembad.
Een van de mannen die de opdracht voor de moord aannam, Willem P., werd in 2014 veroordeeld tot bijna twintig jaar cel. In 2020 werd P. definitief kroongetuige en verklaarde hij dat de schoonfamilie van Jan achter de moord zat. Jans toenmalige vriendin Monique H., haar broer Marcel en hun moeder Coby van der L. werden in 2022 alle drie tot twintig jaar cel veroordeeld.
De rechtbank oordeelde dat P. inderdaad had gelogen, maar dat daarmee niet zijn hele verhaal ongeloofwaardig was. Ook een andere getuige wees de schoonfamilie aan als daders. Monique en Marcel H. en Coby van der L. houden vol onschuldig te zijn.
Hoelang had P. het strafdossier nou precies?
Nu blijkt dat de kroongetuige mogelijk weer heeft gelogen. Dit keer over hoelang hij het strafdossier precies in zijn bezit had.
Omdat P. zelf lange tijd verdachte was in deze zaak, had hij het strafdossier op zijn cel om zijn verdediging voor te bereiden. Dat is niet ongebruikelijk. Maar de advocaten van de verdachten denken dat P. het dossier ook heeft gebruikt om zijn verklaringen in elkaar te zetten en zo de strafkorting af te dwingen die hij als kroongetuige heeft gekregen.
Om zijn betrouwbaarheid te toetsen werd P. in 2020 gehoord bij de rechter-commissaris. Destijds verklaarde hij dat hij dacht het dossier ongeveer tot 2014 in zijn bezit te hebben gehad. "Tot de uitspraak in hoger beroep", zei de kroongetuige. "Tijdens cassatie (2016, red.) had ik volgens mij het dossier niet meer."
Tijdens de inhoudelijke behandeling in 2022 werd P. opnieuw gevraagd naar het dossier dat hij op zijn cel had. Dit keer door de advocaten van de verdachten. Toen herhaalde P. in stelligere woorden: "Het dossier had ik niet meer in mijn bezit vanaf 2014. Daarvoor is het dossier in delen weggegaan." Het Openbaar Ministerie (OM) is ook altijd van 2014 uitgegaan.
Begin dit jaar zijn er door het OM documenten aan het dossier toegevoegd met aanvullend onderzoek, die zijn ingezien door NU.nl. Dat onderzoek richt zich op de betrouwbaarheid van twee getuigen die samen met de kroongetuige hebben vastgezeten.
Een van hen, Vincent E., zegt in zijn verklaring dat de kroongetuige het dossier nog in zijn bezit had toen ze samen gevangenzaten in de gevangenis in Esserheem. E. zat daar tot november 2015, de kroongetuige van 30 januari 2015 tot 24 september 2018. Bij navraag door de politie bevestigt een medewerker van het Bureau Inlichtingen en Veiligheid van de gevangenis in Esserheem dat P. het dossier inderdaad op cel heeft gehad, zonder in te gaan op details als hoelang.
Volgens advocaat Wilko ten Have, die Monique H. bijstaat, is hiermee komen vast te staan dat de kroongetuige opnieuw meineed heeft gepleegd. Daarnaast vraagt Ten Have zich af of het OM überhaupt wel onderzoek heeft gedaan naar hoelang de kroongetuige het dossier op cel had. Zeker nu de gevangenis na simpele bevraging door de politie direct bevestigt dat dit in 2015 ook nog het geval was.
Kroongetuige stuurde foto's van verblijfplaats aan getuige
Een ander opvallend detail is dat E. zegt dat de kroongetuige contact met hem heeft gezocht toen beide mannen vrij waren in 2021. P. stuurde hem foto's en liet weten waar hij verbleef. Dat terwijl hij een deal had gesloten met justitie en in het traject zat van beschermde getuige.
De politie heeft een medewerker van het Team Bewaken en Beveiligen (TBB) hierover bevraagd. Die zegt dat P. "ongetwijfeld duidelijk is gemaakt dat hij niet over zijn verblijfplaats, telefoonnummer en andere informatie mag praten met derden".
De medewerker van TBB voegt daaraan toe dat P. zich hier kennelijk niet aan heeft gehouden. Anders zou E. niet op de hoogte kunnen zijn van de juiste verblijfplaats van de kroongetuige. Het overtreden van de beschermingsovereenkomst is overigens niet van directe invloed op de strafzaak.
De advocaat van P. zegt tegen NU.nl nog niet inhoudelijk te kunnen reageren, omdat hij eerst met zijn cliënt wil overleggen. Maandag stond al een verhoor van de kroongetuige gepland tijdens het hoger beroep in Leeuwarden. Dan zal hij ongetwijfeld ook over dit onderwerp worden ondervraagd.
Het OM laat weten pas inhoudelijk te willen reageren tijdens de rechtszaak.


